Arabische grammatica, eenvoudig uitgelegd
Gratis korte lessen Arabische grammatica: lidwoorden, woordvolgorde, werkwoorden en meer. Lees de les en oefen hem daarna met gespreide herhaling in Langrit.
- Het Arabische schrift, lettervormen en korte klinkers A1 · Zo werkt het schrift Arabisch schrijf je van rechts naar links, en de letters binnen een woord worden aan elka
- Persoonlijke voornaamwoorden (الضمائر المنفصلة) A1 · De losse persoonlijke voornaamwoorden Arabische voornaamwoorden maken niet alleen bij "hij/zij" onderscheid tu
- Het bepaald lidwoord ال en zon- en maanletters A1 · Eén lidwoord: ال Waar het Nederlands kiest tussen de en het, heeft het Arabisch één lidwoord: ال (al). Het sta
- Mannelijke en vrouwelijke woorden (المذكّر والمؤنّث) A1 · Twee geslachten, geen onzijdig Elk Arabisch zelfstandig naamwoord is mannelijk of vrouwelijk. Dat geldt ook vo
- De naamwoordelijke zin (الجملة الاسمية) A1 · Een zin zonder werkwoord In de tegenwoordige tijd heeft het Arabisch geen werkwoord "zijn". Twee woorden zijn
- Aanwijzende voornaamwoorden (هذا، هذه، ذلك، تلك) A1 · De vormen Arabische aanwijzende voornaamwoorden passen zich aan het zelfstandig naamwoord aan, in geslacht en
- Bezittelijke (aangehechte) voornaamwoorden A1 · "Mijn", "jouw", "zijn" als uitgang Het Arabisch heeft geen losse woorden voor "mijn, jouw, zijn". Er komt een
- Congruentie van het bijvoeglijk naamwoord A1 · Achter het zelfstandig naamwoord, gelijk op vier punten Een Arabisch bijvoeglijk naamwoord staat achter het ze
- Vragen en vraagwoorden A1 · Ja/neevragen: هَلْ en أَ Het Nederlands maakt een vraag door het werkwoord naar voren te halen ("Jij woont hie
- Voorzetsels en de genitief A1 · De belangrijkste voorzetsels Voorzetsel Betekenis Voorbeeld فِي in فِي الْبَيْتِ (fi lbayti) in het huis عَلَى
- De iḍāfa, de bezitsconstructie (الإضافة) A1 · Twee zelfstandige naamwoorden, geen "van" Voor "de deur van het huis" zet het Arabisch de twee woorden gewoon
- De tegenwoordige tijd (المضارع) A1 · Een voorvoegsel voor de persoon, een uitgang voor getal en geslacht In het Nederlands hangt de persoonsvorm vo
- Ontkenning in de tegenwoordige tijd: لا en ليس A1 · Twee ontkenningen voor twee soorten zinnen Het Nederlands heeft ook twee ontkenningswoorden, niet en geen, en
- Getallen 1-10, klokkijken en de dagen van de week A1 · Eén tot en met tien Cijfer Arabisch Klank ١ وَاحِدٌ wāḥid ٢ اثْنَانِ ithnāni ٣ ثَلَاثَةٌ thalātha ٤ أَرْبَعَةٌ
- Meervoud: klank- en gebroken meervoud (الجمع) A1 · Drie manieren om een meervoud te maken Het Arabisch heeft twee klankmeervouden, die een uitgang toevoegen, en
- De verleden tijd (الماضي) A1 · Alleen uitgangen De verleden tijd plakt een uitgang achter een vaste stam. Er is geen voorvoegsel. De kale vor
- De toekomende tijd (سـ / سوف) en de ontkenning van verleden en toekomst A2 · Toekomst = tegenwoordige tijd + سـ Het Nederlands gebruikt voor de toekomst een los werkwoord ("zullen", "gaan
- كان: "was" en zijn zusters A2 · Het heden heeft geen "zijn", het verleden wel أَنَا طَالِبٌ. heeft geen werkwoord nodig. Wil je dezelfde zin i
- De werkwoordelijke zin en congruentie van het werkwoord (الجملة الفعلية) A2 · Het werkwoord staat voorop De neutrale woordvolgorde in geschreven Arabisch is werkwoord, onderwerp, lijdend v
- De dualis (المثنّى) A2 · Een aparte vorm voor precies twee Het Arabisch gebruikt voor twee dingen geen meervoud. Er is een eigen uitgan
- Voornaamwoorden als voorwerp: aan werkwoorden en voorzetsels A2 · Dezelfde uitgangen, met één uitzondering De uitgangen die je bij zelfstandige naamwoorden leerde (كِتَابِي, كِ
- Vergrotende en overtreffende trap (أفعل) A2 · Eén patroon voor bijna elke vergrotende trap Het Nederlands plakt er achter het bijvoeglijk naamwoord (groot,
- De gebiedende wijs (الأمر) A2 · Gemaakt van de tegenwoordige tijd Het Nederlands neemt de stam van het werkwoord: "schrijf!". Het Arabisch gaa
- إنّ en haar zusters A2 · Een groepje woorden dat de naamval verandert إِنَّ en de woorden die erop gebouwd zijn, staan aan het begin va
- Betrekkelijke voornaamwoorden (الذي، التي، الذين) B1 · De vormen Het Nederlands kiest tussen die en dat op grond van de of het. Het Arabische betrekkelijk voornaamwo
- Afgeleide werkwoordsvormen (الأوزان II-X) B1 · Wortels en patronen Bijna elk Arabisch woord is gebouwd uit een wortel van drie medeklinkers die in een patroo
- Naamvalsuitgangen (الإعراب): nominatief, accusatief, genitief B1 · Drie naamvallen, twee reeksen uitgangen Een Arabisch zelfstandig naamwoord draagt aan het eind een korte klink
- Subjunctief en jussief (المنصوب والمجزوم) B1 · Het werkwoord in de tegenwoordige tijd heeft drie uitgangen Het werkwoord dat je kent, eindigt op damma. Bepaa
- De masdar, het verbaal zelfstandig naamwoord (المصدر) B1 · Het zelfstandig naamwoord van de handeling De مَصْدَر is de naam van de handeling zelf: كَتَبَ hij schreef gee
- Zwakke werkwoorden (holle, defectieve, geassimileerde) B1 · Als een wortelletter و of ي is Een werkwoord is zwak als een van de drie wortelletters و of ي is. Die letters
- Actieve en passieve deelwoorden (اسم الفاعل واسم المفعول) B2 · Twee woorden uit elk werkwoord Uit elk werkwoord maakt het Arabisch een woord voor degene die de handeling uit
- De lijdende vorm (المبني للمجهول) B2 · Klinkers, geen extra woorden Het Nederlands maakt de lijdende vorm met twee of drie woorden: "werd geschreven"
- Voorwaardelijke zinnen (إذا، إنْ، لو) B2 · Drie partikels, twee situaties Het Nederlands gebruikt één woord, "als", en laat met de werkwoordstijd zien ho
- Getallen vanaf 11 en het getelde woord B2 · Het getelde woord is het lastige deel In het Nederlands staat na een getal altijd een meervoud: drie boeken, e
Bij elke les hoort een interactieve quiz en oefening met gespreide herhaling.
Start je gratis proefperiode