Drie partikels, twee situaties
Het Nederlands gebruikt één woord, "als", en laat met de werkwoordstijd zien hoe waarschijnlijk iets is ("als ik tijd heb" tegenover "als ik tijd had, zou ik"). Het Arabisch houdt de tijd gelijk en kiest een ander partikel.
| Partikel | Situatie | Werkwoord erna | Hoofdzin |
|---|---|---|---|
| إِذَا | reëel, verwacht | verleden tijd | verleden of tegenwoordige tijd |
| إِنْ | reëel, formeel of hypothetisch | jussief of verleden tijd | jussief of verleden tijd |
| لَوْ | onwerkelijk, tegen de feiten in | verleden tijd | verleden tijd met لـ |
De verleden tijd na deze partikels zegt niets over het verleden. إِذَا دَرَسْتَ gaat over de toekomst.
إذا: de gewone voorwaarde
Het werkpaard. Beide werkwoorden staan in de verleden tijd, en de zin wijst vooruit.
- إِذَا دَرَسْتَ نَجَحْتَ. — Als je studeert, slaag je.
- إِذَا نَزَلَ الْمَطَرُ بَقِينَا فِي الْبَيْتِ. — Als het regent, blijven we thuis.
- إِذَا وَصَلْتُ مُبَكِّرًا اتَّصَلْتُ بِكَ. — Als ik vroeg aankom, bel ik je.
إنْ: de formele voorwaarde
إِنْ hoort bij zorgvuldig geschreven Arabisch en bij spreekwoorden. Het zet beide werkwoorden in de jussief, bij regelmatige werkwoorden een sukun aan het eind.
- إِنْ تَدْرُسْ تَنْجَحْ. — Als je studeert, slaag je.
- إِنْ تَسْأَلْ تَعْرِفْ. — Wie vraagt, komt het te weten.
Ook de verleden tijd kan na إِنْ: إِنْ دَرَسْتَ نَجَحْتَ.
لو: de onwerkelijke voorwaarde
لَوْ zegt dat de voorwaarde niet waar is. Beide werkwoorden staan in de verleden tijd, en het werkwoord van de hoofdzin krijgt normaal لـ. Die لـ doet wat in het Nederlands "zou" doet.
- لَوْ كَانَ عِنْدِي وَقْتٌ لَسَافَرْتُ. — Als ik tijd had, zou ik reizen.
- لَوْ دَرَسْتَ لَنَجَحْتَ. — Als je gestudeerd had, was je geslaagd.
- لَوْ عَرَفْتُ عُنْوَانَهُ لَزُرْتُهُ. — Als ik zijn adres wist, zou ik bij hem langsgaan.
Het Arabisch maakt met de tijd geen verschil tussen "als ik tijd had" en "als ik tijd had gehad"; de context beslist. Voor een toestand in het verleden maakt كَانَ het duidelijk: لَوْ كُنْتُ أَعْرِفُ لَأَخْبَرْتُكَ. — Als ik het had geweten, had ik het je verteld.
لَوْلَا met een zelfstandig naamwoord betekent "als ... er niet was geweest": لَوْلَا الْمَطَرُ لَخَرَجْنَا. — Zonder de regen waren we naar buiten gegaan.
Wanneer de hoofdzin فـ nodig heeft
Begint de hoofdzin niet met een gewoon bevestigend werkwoord in de verleden of tegenwoordige tijd, dan begint hij met فـ. Dat geldt voor een naamwoordelijke zin, een gebiedende wijs, een toekomst met سـ en een ontkenning met لَنْ of مَا.
- إِذَا وَصَلَ أَحْمَدُ فَأَخْبِرْنِي. — Als Ahmed komt, laat het me weten.
- إِذَا دَرَسْتَ فَسَتَنْجَحُ. — Als je studeert, zul je slagen.
- إِذَا لَمْ تَأْتِ فَالْأَمْرُ صَعْبٌ. — Als je niet komt, wordt het lastig.
Let op als Nederlandstalige
- "Als" dekt in het Nederlands zowel het reële als het onwerkelijke. In het Arabisch niet: gebruik لَوْ niet voor iets wat heel goed kan gebeuren, en إِذَا niet voor iets wat niet waar is. ✗ إِذَا كَانَ عِنْدِي وَقْتٌ لَسَافَرْتُ. / ✓ لَوْ كَانَ عِنْدِي وَقْتٌ لَسَافَرْتُ.
- "Als je morgen studeert" gaat over de toekomst, maar na إِذَا komt geen toekomst met سـ: je gebruikt de verleden tijd. ✗ إِذَا سَتَدْرُسُ نَجَحْتَ. / ✓ إِذَا دَرَسْتَ نَجَحْتَ.
- "Dan" laat het Nederlands vaak weg ("als hij komt, bel me"), maar een gebiedende wijs of toekomst in de hoofdzin moet فـ krijgen. ✗ إِذَا وَصَلَ أَخْبِرْنِي. / ✓ إِذَا وَصَلَ فَأَخْبِرْنِي. ✗ إِذَا دَرَسْتَ سَتَنْجَحُ. / ✓ فَسَتَنْجَحُ.
Voorbeelddialoog
هَلْ سَتَأْتِي غَدًا؟ — Kom je morgen?
إِذَا انْتَهَيْتُ مِنَ الْعَمَلِ مُبَكِّرًا حَضَرْتُ. — Als ik vroeg klaar ben met werken, kom ik.
وَإِذَا لَمْ تَنْتَهِ؟ — En als je niet klaar bent?
فَسَأَتَّصِلُ بِكَ. لَوْ كَانَ عِنْدِي وَقْتٌ أَكْثَرُ لَبَقِيتُ مَعَكُمْ كُلَّ الْمَسَاءِ. — Dan bel ik je. Als ik meer tijd had, zou ik de hele avond bij jullie blijven.
إِذَا وَصَلْتَ فَاتَّصِلْ بِي مِنَ الْبَابِ. — Als je aankomt, bel me dan vanaf de deur.