Het getelde woord is het lastige deel
In het Nederlands staat na een getal altijd een meervoud: drie boeken, elf boeken, honderd boeken. Het Arabisch verandert getal, naamval en vorm van het woord, afhankelijk van hoe groot het getal is. Drie groepen dekken alles.
| Getal | Geteld woord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 3-10 | meervoud, genitief | ثَلَاثَةُ كُتُبٍ |
| 11-99 | enkelvoud, accusatief | عِشْرُونَ كِتَابًا |
| 100, 1000 en hoger | enkelvoud, genitief | مِئَةُ كِتَابٍ |
3 tot en met 10: omgekeerd geslacht, meervoud
Ter herinnering: het getal krijgt het omgekeerde geslacht van het getelde woord, en dat woord staat in het meervoud, genitief.
- ثَلَاثَةُ كُتُبٍ — drie boeken (كِتَاب is mannelijk, dus het getal heeft ة)
- ثَلَاثُ سَيَّارَاتٍ — drie auto's (سَيَّارَة is vrouwelijk, dus het getal heeft geen ة)
- خَمْسَةُ طُلَّابٍ / خَمْسُ طَالِبَاتٍ — vijf studenten / vijf studentes
11 tot en met 19: enkelvoud in de accusatief
Vanaf elf staat het getelde woord in het enkelvoud en in de accusatief, met tanwien: طَالِبًا, كِتَابًا, سَيَّارَةً. Grammatici noemen dit woord التَّمْيِيز, de specificatie.
Elf en twaalf passen zich gewoon aan het woord aan. Van dertien tot negentien houdt de eenheid het omgekeerde geslacht en past عَشَر zich aan.
| Getal | Mannelijk woord | Vrouwelijk woord |
|---|---|---|
| 11 | أَحَدَ عَشَرَ طَالِبًا | إِحْدَى عَشْرَةَ طَالِبَةً |
| 12 | اِثْنَا عَشَرَ طَالِبًا | اِثْنَتَا عَشْرَةَ طَالِبَةً |
| 13 | ثَلَاثَةَ عَشَرَ طَالِبًا | ثَلَاثَ عَشْرَةَ طَالِبَةً |
| 15 | خَمْسَةَ عَشَرَ طَالِبًا | خَمْسَ عَشْرَةَ طَالِبَةً |
Beide helften van de tienertallen eindigen op fatha en veranderen niet met de naamval, behalve اِثْنَا عَشَرَ, waarvan de eerste helft zich als een dualis gedraagt: رَأَيْتُ اثْنَيْ عَشَرَ طَالِبًا.
20 tot en met 99
De tientallen zijn mannelijke klankmeervouden en veranderen niet voor geslacht: عِشْرُونَ، ثَلَاثُونَ، أَرْبَعُونَ، خَمْسُونَ. Na een voorzetsel of als lijdend voorwerp worden ze عِشْرِينَ enzovoort. Het getelde woord blijft enkelvoud, accusatief.
- فِي الصَّفِّ عِشْرُونَ طَالِبًا. — Er zitten twintig studenten in de klas.
- قَرَأْتُ ثَلَاثِينَ كِتَابًا. — Ik heb dertig boeken gelezen.
De eenheid komt vóór het tiental, verbonden met وَ, en draait nog steeds haar geslacht om:
- خَمْسَةٌ وَعِشْرُونَ كِتَابًا — vijfentwintig boeken
- ثَلَاثٌ وَعِشْرُونَ سَيَّارَةً — drieëntwintig auto's
100 en 1000: weer de genitief
مِئَة (ook geschreven مِائَة) en أَلْف vormen een iḍāfa met een enkelvoud in de genitief.
- مِئَةُ كِتَابٍ — honderd boeken
- أَلْفُ طَالِبٍ — duizend studenten
- مِئَتَا صَفْحَةٍ — tweehonderd pagina's
Rangtelwoorden
Rangtelwoorden zijn gewone bijvoeglijke naamwoorden: ze staan achter het woord en passen zich aan in geslacht, naamval en bepaaldheid. الْأَوَّل، الثَّانِي، الثَّالِث، الرَّابِع، الْخَامِس, vrouwelijk الْأُولَى، الثَّانِيَة، الثَّالِثَة.
- الدَّرْسُ الثَّالِثُ — de derde les
- الصَّفْحَةُ الْخَامِسَةُ — de vijfde pagina
Let op als Nederlandstalige
- Na 11 tot en met 99 is het woord enkelvoud, niet meervoud zoals in het Nederlands. ✗ عِشْرُونَ كُتُبٍ / ✓ عِشْرُونَ كِتَابًا. En accusatief: ✗ عِشْرُونَ كِتَابٌ.
- Eenheid vóór tiental: hier lopen Nederlands en Arabisch gelijk ("vijfentwintig" = خَمْسَةٌ وَعِشْرُونَ). Het verschil is dat de eenheid in het Arabisch nog van geslacht wisselt. ✗ خَمْسٌ وَعِشْرُونَ كِتَابًا / ✓ خَمْسَةٌ وَعِشْرُونَ كِتَابًا. Zet de tientallen dus niet voorop: ✗ عِشْرُونَ وَخَمْسَةٌ كِتَابًا.
- Na 100 verandert de naamval weer. ✗ مِئَةُ كُتُبٍ / ✓ مِئَةُ كِتَابٍ.
Voorbeelddialoog
كَمْ طَالِبًا فِي الصَّفِّ؟ — Hoeveel studenten zitten er in de klas?
فِيهِ ثَلَاثَةٌ وَعِشْرُونَ طَالِبًا وَخَمْسَ عَشْرَةَ طَالِبَةً. — Drieëntwintig studenten en vijftien studentes.
وَكَمْ كِتَابًا فِي الْمَكْتَبَةِ؟ — En hoeveel boeken staan er in de bibliotheek?
أَكْثَرُ مِنْ أَلْفِ كِتَابٍ. — Meer dan duizend boeken.
اِفْتَحُوا الصَّفْحَةَ الْخَامِسَةَ مِنَ الدَّرْسِ الثَّالِثِ. — Sla pagina vijf van les drie open.