Twee zelfstandige naamwoorden, geen "van"
Voor "de deur van het huis" zet het Arabisch de twee woorden gewoon naast elkaar: eerst wat bezeten wordt, dan de bezitter:
- بَابُ الْبَيْتِ (bābu l-bayti) — de deur van het huis
- كِتَابُ الطَّالِبِ (kitābu ṭ-ṭālibi) — het boek van de student
- مُدِيرُ الْمَدْرَسَةِ (mudīru l-madrasati) — de directeur van de school
Deze constructie heet إِضَافَة. Het eerste woord heet الْمُضَاف, het tweede الْمُضَاف إِلَيْهِ.
De regels
Het eerste woord krijgt geen ال en geen tanwien. Het wordt al bepaald door wat erop volgt.
Het tweede woord staat altijd in de genitief: ـِ als het bepaald is, ـٍ als het onbepaald is.
Het eerste woord krijgt de naamval die de zin vraagt.
| Zin | Eerste woord | Betekenis |
|---|---|---|
| بَابُ الْبَيْتِ كَبِيرٌ. | nominatief ـُ | De deur van het huis is groot. |
| فَتَحْتُ بَابَ الْبَيْتِ. | accusatief ـَ | Ik opende de deur van het huis. |
| وَقَفْتُ عِنْدَ بَابِ الْبَيْتِ. | genitief ـِ | Ik stond bij de deur van het huis. |
Een ة aan het eind van het eerste woord spreek je uit als t: مَدِينَةُ دِمَشْقَ (madīnatu Dimashqa), de stad Damascus; سَيَّارَةُ الْمُعَلِّمِ (sayyāratu l-muʿallimi), de auto van de leraar.
Bepaald of onbepaald
Alleen het laatste woord beslist:
| Arabisch | Betekenis |
|---|---|
| بَابُ الْبَيْتِ | de deur van het huis |
| بَابُ بَيْتٍ | een deur van een huis |
| غُرْفَةُ الطُّلَّابِ | de kamer van de studenten |
| غُرْفَةُ طُلَّابٍ | een studentenkamer |
Ketens kunnen langer zijn: بَابُ غُرْفَةِ الْمُدِيرِ — de deur van de kamer van de directeur. Elk woord behalve het eerste staat in de genitief.
Het bijvoeglijk naamwoord komt na de hele keten
Een iḍāfa mag je niet onderbreken. Het bijvoeglijk naamwoord wacht tot het eind, en zijn uitgang laat zien bij welk woord het hoort:
- بَابُ الْبَيْتِ الْكَبِيرُ — de grote deur van het huis (ـُ hoort bij بَابُ)
- بَابُ الْبَيْتِ الْكَبِيرِ — de deur van het grote huis (ـِ hoort bij الْبَيْتِ)
Let op als Nederlandstalige
- Vertaal "van" niet. ✗ بَابٌ مِنَ الْبَيْتِ / ✓ بَابُ الْبَيْتِ. Het voorzetsel مِنْ betekent "uit, afkomstig van", niet "van" als bezit.
- Het Nederlands zet een lidwoord voor beide woorden ("de deur van het huis"). In het Arabisch krijgt alleen het laatste woord ال. ✗ الْبَابُ الْبَيْتِ / ✓ بَابُ الْبَيْتِ. Ook geen tanwien: ✗ بَابٌ الْبَيْتِ.
- De volgorde is die van "het huis van Ahmed", niet die van "Ahmeds huis". ✗ أَحْمَدَ بَيْتُ / ✓ بَيْتُ أَحْمَدَ.
- Spreek de verborgen t uit. ✗ madīna Dimashq / ✓ madīnatu Dimashqa.
Voorbeelddialoog
هَذَا بَيْتُ أَحْمَدَ. — Dit is het huis van Ahmed.
وَأَيْنَ غُرْفَةُ الطَّعَامِ؟ — En waar is de eetkamer?
بَابُ غُرْفَةِ الطَّعَامِ عَلَى الْيَمِينِ. — De deur van de eetkamer is rechts.
هَلْ سَيَّارَةُ الْمُدِيرِ أَمَامَ الْبَيْتِ؟ — Staat de auto van de directeur voor het huis?
نَعَمْ، الْمُدِيرُ صَدِيقُ أَحْمَدَ. — Ja, de directeur is een vriend van Ahmed.