Een voorvoegsel voor de persoon, een uitgang voor getal en geslacht
In het Nederlands hangt de persoonsvorm vooral af van een uitgang (ik werk, hij werkt). De Arabische tegenwoordige tijd zet de stam tussen een voorvoegsel (أ، تـ، يـ، نـ) dat zegt wie het doet, en een uitgang voor getal en geslacht. De woordenboekvorm is de verleden tijd van "hij", dus كَتَبَ (hij schreef) geeft يَكْتُبُ (hij schrijft).
| Voornaamwoord | Werkwoord | Klank | Betekenis |
|---|---|---|---|
| أَنَا | أَكْتُبُ | aktubu | ik schrijf |
| أَنْتَ | تَكْتُبُ | taktubu | jij schrijft (m) |
| أَنْتِ | تَكْتُبِينَ | taktubīna | jij schrijft (v) |
| هُوَ | يَكْتُبُ | yaktubu | hij schrijft |
| هِيَ | تَكْتُبُ | taktubu | zij schrijft |
| نَحْنُ | نَكْتُبُ | naktubu | wij schrijven |
| أَنْتُمْ | تَكْتُبُونَ | taktubūna | jullie schrijven (m) |
| أَنْتُنَّ | تَكْتُبْنَ | taktubna | jullie schrijven (v) |
| هُمْ | يَكْتُبُونَ | yaktubūna | zij schrijven (m) |
| هُنَّ | يَكْتُبْنَ | yaktubna | zij schrijven (v) |
Het voorvoegsel heeft een fatha, en de eerste stamletter heeft geen klinker (sukun): يَـ + كْتُـ + بُ.
De stamklinker moet je leren
Grondwerkwoorden hebben in de tegenwoordige tijd een van drie stamklinkers. De verleden tijd verraadt niet welke, dus leer ze samen, zoals je in het Nederlands "lopen, liep, gelopen" leert:
| Verleden | Tegenwoordig | Betekenis |
|---|---|---|
| كَتَبَ | يَكْتُبُ (u) | schrijven |
| دَرَسَ | يَدْرُسُ (u) | studeren |
| جَلَسَ | يَجْلِسُ (i) | zitten |
| فَتَحَ | يَفْتَحُ (a) | openen |
| شَرِبَ | يَشْرَبُ (a) | drinken |
| ذَهَبَ | يَذْهَبُ (a) | gaan |
Eén vorm voor "doen" en "aan het doen zijn"
أَدْرُسُ الْعَرَبِيَّةَ. betekent zowel "Ik studeer Arabisch" als "Ik ben Arabisch aan het studeren". Hierin lijken Nederlands en Arabisch op elkaar: ook het Nederlands gebruikt meestal gewoon de tegenwoordige tijd.
- هِيَ تَشْرَبُ الْقَهْوَةَ. — Zij drinkt koffie.
- نَحْنُ نَدْرُسُ فِي الْجَامِعَةِ. — Wij studeren aan de universiteit.
- هُمْ يَذْهَبُونَ إِلَى السُّوقِ. — Zij gaan naar de markt.
Het voornaamwoord laat je meestal weg, omdat het voorvoegsel al zegt wie het doet: أَدْرُسُ الْعَرَبِيَّةَ.
Let op als Nederlandstalige
- "Aan het ... zijn" vertaal je niet. ✗ أَنَا أَكُونُ أَكْتُبُ. / ✓ أَكْتُبُ.
- "Zij" (enkelvoud) krijgt het voorvoegsel تـ, niet يـ. ✗ هِيَ يَكْتُبُ. / ✓ هِيَ تَكْتُبُ.
- Toevallig lijkt dit op het Nederlands: "jij schrijft" en "zij schrijft" hebben dezelfde vorm, en تَكْتُبُ ook (jij, mannelijk, en zij). Het verschil: tegen een vrouw zeg je iets anders. ✗ أَنْتِ تَكْتُبُ. / ✓ أَنْتِ تَكْتُبِينَ.
Voorbeelddialoog
مَاذَا تَفْعَلُ؟ — Wat doe je?
أَدْرُسُ الْعَرَبِيَّةَ. — Ik studeer Arabisch.
وَأُخْتُكَ؟ مَاذَا تَفْعَلُ هِيَ؟ — En je zus? Wat doet zij?
هِيَ تَقْرَأُ كِتَابًا فِي غُرْفَتِهَا. — Zij leest een boek op haar kamer.
وَالْأَوْلَادُ يَلْعَبُونَ فِي الْحَدِيقَةِ. — En de jongens spelen in de tuin.