Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Arabische grammatica

Afgeleide werkwoordsvormen (الأوزان II-X)

Gratis les Arabische grammatica · B1

Wortels en patronen

Bijna elk Arabisch woord is gebouwd uit een wortel van drie medeklinkers die in een patroon wordt gegoten. De wortel ك ت ب draagt het idee "schrijven"; het patroon bepaalt wat voor schrijven het is:
كَتَبَ hij schreef, كَاتَبَ hij correspondeerde met, أَكْتَبَ hij dicteerde, اِكْتَتَبَ hij tekende in.

Het Nederlands doet iets vergelijkbaars met voorvoegsels (lopen, verlopen, belopen, ontlopen), maar in het Arabisch verandert de vorm van het werkwoord zelf. Het grondwerkwoord is vorm I. Daarop zijn negen patronen gebouwd, waarvan er acht dagelijks voorkomen.

Vorm Verleden / tegenwoordig Voorbeeld Betekenis
II فَعَّلَ / يُفَعِّلُ دَرَّسَ / يُدَرِّسُ lesgeven
III فَاعَلَ / يُفَاعِلُ شَارَكَ / يُشَارِكُ deelnemen
IV أَفْعَلَ / يُفْعِلُ أَرْسَلَ / يُرْسِلُ sturen
V تَفَعَّلَ / يَتَفَعَّلُ تَعَلَّمَ / يَتَعَلَّمُ leren (zelf)
VI تَفَاعَلَ / يَتَفَاعَلُ تَعَاوَنَ / يَتَعَاوَنُ samenwerken
VII اِنْفَعَلَ / يَنْفَعِلُ اِنْكَسَرَ / يَنْكَسِرُ breken (vanzelf)
VIII اِفْتَعَلَ / يَفْتَعِلُ اِجْتَمَعَ / يَجْتَمِعُ bijeenkomen
X اِسْتَفْعَلَ / يَسْتَفْعِلُ اِسْتَخْدَمَ / يَسْتَخْدِمُ gebruiken

اِنْتَقَلَ / يَنْتَقِلُ (verhuizen) hoort bij vorm VIII, niet VII: de ن is daar de eerste letter van de wortel ن ق ل.

Wat de patronen betekenen

  • II en IV maken iets veroorzakend. عَلِمَ hij wist → عَلَّمَ hij leerde (iemand iets); خَرَجَ hij ging naar buiten → أَخْرَجَ hij haalde eruit.
  • III richt de handeling op iemand. كَتَبَ hij schreef → كَاتَبَ hij schreef aan; عَمِلَ hij werkte → عَامَلَ hij behandelde.
  • V is vaak de wederkerende vorm van II, VI de wederkerige vorm van III. عَلَّمَ hij onderwees → تَعَلَّمَ hij leerde; عَاوَنَ hij hielp → تَعَاوَنَ ze hielpen elkaar.
  • VII is onovergankelijk of passief van betekenis. كَسَرَ hij brak het → اِنْكَسَرَ het brak.
  • VIII betrekt de handeling vaak op de doener zelf. جَمَعَ hij verzamelde → اِجْتَمَعَ hij kwam samen met anderen.
  • X drukt vragen, zoeken of gebruiken uit. خَدَمَ hij diende → اِسْتَخْدَمَ hij nam in gebruik; عَلِمَ hij wist → اِسْتَعْلَمَ hij informeerde.

Twee details in spelling en klank

Het voorvoegsel. Vormen II, III en IV hebben een damma op het voorvoegsel: يُدَرِّسُ، يُشَارِكُ، يُرْسِلُ. Vormen V tot en met X hebben een fatha: يَتَعَلَّمُ، يَجْتَمِعُ، يَسْتَخْدِمُ.

De alif. Vorm IV heeft een echte hamza die je altijd uitspreekt: أَرْسَلَ. De alif van VII, VIII en X is hamzat al-wasl en valt weg na een ander woord: وَاسْتَخْدَمَ (wa-stakhdama).

Let op als Nederlandstalige

  • In het Nederlands betekent "leren" zowel "zelf leren" als "iemand iets leren". Het Arabisch heeft twee vormen. ✗ أَتَعَلَّمُهُ الْعَرَبِيَّةَ. voor "Ik leer hem Arabisch" / ✓ أُعَلِّمُهُ الْعَرَبِيَّةَ. En "Ik leer Arabisch" is ✓ أَتَعَلَّمُ الْعَرَبِيَّةَ.
  • Een Nederlands woordenboek is alfabetisch; een Arabisch woordenboek meestal op wortel. ✗ اِسْتَخْدَمَ opzoeken onder ا / ✓ onder خ د م.
  • Geef vormen II-IV geen fatha op het voorvoegsel. ✗ يَدَرِّسُ / ✓ يُدَرِّسُ.

Voorbeelddialoog

مَاذَا تَدْرُسُ؟ — Wat studeer je?
أَتَعَلَّمُ الْعَرَبِيَّةَ، وَأُدَرِّسُ الْهُولَنْدِيَّةَ. — Ik leer Arabisch, en ik geef les in Nederlands.
هَلْ تَسْتَخْدِمُ كُتُبًا؟ — Gebruik je boeken?
نَعَمْ، وَأُشَارِكُ فِي مَجْمُوعَةٍ تَجْتَمِعُ كُلَّ أُسْبُوعٍ. — Ja, en ik doe mee aan een groep die elke week bijeenkomt.
سَأُرْسِلُ لَكَ الْعُنْوَانَ. — Ik stuur je het adres.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Arabische grammatica