Drie naamvallen, twee reeksen uitgangen
Een Arabisch zelfstandig naamwoord draagt aan het eind een korte klinker die laat zien welke functie het in de zin heeft. Bepaalde woorden krijgen één klinker, onbepaalde woorden dezelfde klinker dubbel: de tanwien.
| Naamval | Bepaald | Onbepaald | Arabische naam |
|---|---|---|---|
| nominatief | ـُ | ـٌ | مَرْفُوع |
| accusatief | ـَ | ـً | مَنْصُوب |
| genitief | ـِ | ـٍ | مَجْرُور |
الْكِتَابُ / كِتَابٌ, الْكِتَابَ / كِتَابًا, الْكِتَابِ / كِتَابٍ.
Wat welke naamval oproept
| Naamval | Gebruikt voor | Voorbeeld |
|---|---|---|
| nominatief | onderwerp en gezegde van een naamwoordelijke zin | الْبَيْتُ كَبِيرٌ. |
| nominatief | onderwerp van een werkwoord | كَتَبَ الطَّالِبُ. |
| accusatief | lijdend voorwerp | قَرَأْتُ الْكِتَابَ. |
| accusatief | gezegde na كَانَ | كَانَ الْجَوُّ جَمِيلًا. |
| accusatief | onderwerp na إِنَّ | إِنَّ الطَّقْسَ جَمِيلٌ. |
| accusatief | bijwoorden en vaste uitdrukkingen | شُكْرًا، جِدًّا، غَدًا، كَثِيرًا |
| genitief | na elk voorzetsel | فِي الْبَيْتِ |
| genitief | tweede woord van een iḍāfa | بَابُ الْبَيْتِ |
De alif van de accusatief
De onbepaalde accusatief-tanwien schrijf je op een extra alif: كِتَابًا, طَالِبًا, شُكْرًا. Die alif is een spellingshulpmiddel, geen klinker: كِتَابًا is kitāban.
Na ة en na een hamza die al na een alif staat, schrijf je hem niet: مُعَلِّمَةً, مَسَاءً, بِنَاءً.
Woorden die geen tanwien krijgen
Sommige woorden zijn مَمْنُوع مِنَ الصَّرْف (diptota). Ze krijgen nooit tanwien, en in de genitief eindigen ze op fatha in plaats van kasra. Hiertoe horen de meeste buitenlandse en veel Arabische eigennamen (أَحْمَدُ، عُمَرُ، لَنْدَنُ، مِصْرُ), de vergrotende trap (أَكْبَرُ) en gebroken meervouden van de vorm مَدَارِسُ، مَفَاتِيحُ:
- ذَهَبْتُ إِلَى مِصْرَ. — Ik ben naar Egypte gegaan.
- فِي مَدَارِسَ كَثِيرَةٍ — op veel scholen
- رَأَيْتُ أَحْمَدَ. — Ik zag Ahmed.
Krijgt zo'n woord ال of staat het in een iḍāfa, dan gedraagt het zich weer normaal: فِي الْمَدَارِسِ.
Uitgangen in gesproken taal
In gewone spraak valt de laatste korte klinker aan het eind van een woordgroep weg. Dat heet de pausavorm: قَرَأْتُ الْكِتَابْ. De alif van de accusatief blijft en klinkt als ـَا: شُكْرًا blijft shukran.
Let op als Nederlandstalige
- Het Nederlands kent naamval bijna alleen nog bij voornaamwoorden (hij/hem, zij/haar) en laat de woordvolgorde zien wie wat doet. In het Arabisch dragen alle zelfstandige naamwoorden naamval, en die uitgang vertelt wie wat doet als de volgorde verandert: قَرَأَ الْكِتَابَ الْوَلَدُ is nog steeds "de jongen las het boek".
- Een Nederlands "dank je" of "heel" is geen naamvalsvorm; het Arabische bijwoord wel. ✗ شُكْرٌ / ✓ شُكْرًا; ✗ جِدٌّ / ✓ جِدًّا.
- Geen extra alif na ة. ✗ مُعَلِّمَةًا / ✓ مُعَلِّمَةً.
- Diptota krijgen in de genitief een fatha. ✗ ذَهَبْتُ إِلَى مِصْرٍ. / ✓ ذَهَبْتُ إِلَى مِصْرَ.
Voorbeelddialoog
مَاذَا قَرَأْتَ؟ — Wat heb je gelezen?
قَرَأْتُ كِتَابًا عَنْ مِصْرَ. — Ik heb een boek over Egypte gelezen.
وَهَلْ كَانَ مُفِيدًا؟ — En was het nuttig?
نَعَمْ، شُكْرًا عَلَى التَّوْصِيَةِ. — Ja, bedankt voor de tip.
الْكِتَابُ فِي الْمَكْتَبَةِ أَيْضًا. — Het boek staat ook in de bibliotheek.