"Mijn", "jouw", "zijn" als uitgang
Het Arabisch heeft geen losse woorden voor "mijn, jouw, zijn". Er komt een korte uitgang achter het zelfstandig naamwoord. Die uitgangen maken dezelfde onderscheidingen als de losse voornaamwoorden: mannelijk en vrouwelijk bij "jouw", "jullie" en "hun".
| Uitgang | Voorbeeld | Klank | Betekenis |
|---|---|---|---|
| ـي | كِتَابِي | kitābī | mijn boek |
| ـكَ | كِتَابُكَ | kitābuka | jouw boek (man) |
| ـكِ | كِتَابُكِ | kitābuki | jouw boek (vrouw) |
| ـهُ | كِتَابُهُ | kitābuhu | zijn boek |
| ـهَا | كِتَابُهَا | kitābuhā | haar boek |
| ـنَا | كِتَابُنَا | kitābunā | ons boek |
| ـكُمْ | كِتَابُكُمْ | kitābukum | jullie boek (mannen, gemengd) |
| ـكُنَّ | كِتَابُكُنَّ | kitābukunna | jullie boek (vrouwen) |
| ـهُمْ | كِتَابُهُمْ | kitābuhum | hun boek (mannen, gemengd) |
| ـهُنَّ | كِتَابُهُنَّ | kitābuhunna | hun boek (vrouwen) |
Drie regels voor het zelfstandig naamwoord
1. Het woord verliest ال en tanwien. De uitgang maakt het al bepaald: كِتَابٌ / الْكِتَابُ → كِتَابِي.
2. ة wordt ت. De verborgen t wordt hoorbaar voor de uitgang:
- سَيَّارَةٌ → سَيَّارَتِي (sayyāratī) — mijn auto
- مَدْرَسَةٌ → مَدْرَسَتُهَا (madrasatuhā) — haar school
- غُرْفَةٌ → غُرْفَتُنَا (ghurfatunā) — onze kamer
3. De naamvalsklinker blijft voor de uitgang staan. Je hoort -u- bij het onderwerp (كِتَابُكَ) en -i- na een voorzetsel (فِي كِتَابِكَ). Na i of ie wordt de klinker van ـهُ en ـهُمْ ook een i: فِي بَيْتِهِ (fī baytihi, in zijn huis), فِي بَيْتِهِمْ (fī baytihim, in hun huis).
Met een bijvoeglijk naamwoord
Een woord met zo'n uitgang is bepaald, dus een bijvoeglijk naamwoord erachter krijgt ال. Zonder ال wordt het een zin:
| Arabisch | Betekenis |
|---|---|
| بَيْتِي الْكَبِيرُ | mijn grote huis |
| بَيْتِي كَبِيرٌ. | Mijn huis is groot. |
| سَيَّارَتُهُ الْجَدِيدَةُ | zijn nieuwe auto |
| سَيَّارَتُهُ جَدِيدَةٌ. | Zijn auto is nieuw. |
"Zijn" of "haar" bij dingen
De uitgang volgt het geslacht van de bezitter, net als in het Nederlands. Bij dingen kies je op grond van het grammaticale geslacht: الْكِتَابُ وَغِلَافُهُ (het boek en zijn omslag), الْمَدِينَةُ وَشَوَارِعُهَا (de stad en haar straten). Het Nederlands zegt ook "de stad en haar straten", maar let op: het Arabische geslacht hoeft niet overeen te komen met het Nederlandse.
Let op als Nederlandstalige
- "Mijn" is in het Nederlands een los woord zonder lidwoord; in het Arabisch vervangt de uitgang het lidwoord. ✗ الْكِتَابِي / ✓ كِتَابِي.
- De t van ة niet vergeten: ✗ سَيَّارَةِي / ✓ سَيَّارَتِي.
- "Jouw" heeft een geslacht. ✗ مَا اسْمُكَ؟ (tegen een vrouw) / ✓ مَا اسْمُكِ؟
- "Mijn grote huis" is niet بَيْتِي كَبِيرٌ (dat betekent "Mijn huis is groot"). ✓ بَيْتِي الْكَبِيرُ.
Voorbeelddialoog
مَا اسْمُكِ؟ — Hoe heet je? (tegen een vrouw)
اِسْمِي لَيْلَى. وَمَا اسْمُكَ؟ — Ik heet Layla. En hoe heet jij? (tegen een man)
اِسْمِي عُمَرُ. هَذِهِ سَيَّارَتِي. — Ik heet Omar. Dit is mijn auto.
وَهَلْ هَذَا بَيْتُكَ؟ — En is dit jouw huis?
لَا، هَذَا بَيْتُ أَخِي. بَيْتُهُ كَبِيرٌ. — Nee, dit is het huis van mijn broer. Zijn huis is groot.