Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Arabische grammatica

Vragen en vraagwoorden

Gratis les Arabische grammatica · A1

Ja/nee-vragen: هَلْ en أَ

Het Nederlands maakt een vraag door het werkwoord naar voren te halen ("Jij woont hier" → "Woon jij hier?"). Het Arabisch verandert de woordvolgorde niet. Je zet هَلْ (hal) voor de gewone zin:

  • أَنْتَ طَالِبٌ.هَلْ أَنْتَ طَالِبٌ؟ — Ben jij student?
  • تَسْكُنُ هُنَا.هَلْ تَسْكُنُ هُنَا؟ — Woon je hier?
  • هَلِ الْمَطْعَمُ مَفْتُوحٌ؟ — Is het restaurant open? (voor ال wordt هَلْ uitgesproken als هَلِ)

Het voorvoegsel أَ doet hetzelfde en staat vast aan het eerste woord: أَتَسْكُنُ هُنَا؟ Voor een ontkenning gebruik je أَ, niet هَلْ: أَلَيْسَ كَذَلِكَ؟ (Is het niet zo?)

Antwoorden: نَعَمْ (ja), لَا (nee). Wil je "jawel" zeggen op een ontkennende vraag, dan gebruik je بَلَى, net als het Nederlandse "jawel".

Vraagwoorden

Het vraagwoord staat vooraan; de rest van de zin houdt de gewone volgorde.

Woord Betekenis Voorbeeld
مَا wat (+ zelfstandig naamwoord) مَا اسْمُكَ؟ — Hoe heet je?
مَاذَا wat (+ werkwoord) مَاذَا تَدْرُسُ؟ — Wat studeer je?
مَنْ wie مَنْ هَذَا؟ — Wie is dit?
أَيْنَ waar أَيْنَ الْمَحَطَّةُ؟ — Waar is het station?
مِنْ أَيْنَ waarvandaan مِنْ أَيْنَ أَنْتَ؟ — Waar kom je vandaan?
مَتَى wanneer مَتَى يَبْدَأُ الدَّرْسُ؟ — Wanneer begint de les?
كَيْفَ hoe كَيْفَ حَالُكَ؟ — Hoe gaat het met je?
لِمَاذَا waarom لِمَاذَا تَدْرُسُ الْعَرَبِيَّةَ؟ — Waarom studeer je Arabisch?
كَمْ hoeveel كَمْ عُمْرُكَ؟ — Hoe oud ben je?

مَا en مَاذَا betekenen allebei "wat": مَا voor een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord, مَاذَا voor een werkwoord. Zonder harakat zien مَنْ (wie) en مِنْ (uit, van) er hetzelfde uit: من.

كَمْ + enkelvoud in de accusatief

Na "hoeveel" volgt een enkelvoud met de accusatief-tanwien -an:

  • كَمْ كِتَابًا عِنْدَكَ؟ — Hoeveel boeken heb je?
  • كَمْ طَالِبًا فِي الصَّفِّ؟ — Hoeveel studenten zitten er in de klas?
  • كَمْ سَاعَةً تَعْمَلُ؟ — Hoeveel uur werk je? (ة krijgt -an zonder extra alif)

Voor prijzen voeg je بِـ toe: بِكَمْ هَذَا؟ — Hoeveel kost dit?

Antwoord op "waarom"

Op لِمَاذَا antwoord je met لِأَنَّ (omdat) + zelfstandig naamwoord of een uitgang: لِأَنَّ الْعَرَبِيَّةَ جَمِيلَةٌ (omdat Arabisch mooi is), لِأَنَّهَا جَمِيلَةٌ (omdat het mooi is).

Let op als Nederlandstalige

  • Geen inversie. De Nederlandse vraag "Ben jij student?" zet het werkwoord voorop; in het Arabisch is er geen werkwoord om te verplaatsen. ✗ طَالِبٌ أَنْتَ؟ / ✓ هَلْ أَنْتَ طَالِبٌ؟
  • Nederlands splitst "waar ... vandaan"; het Arabisch houdt مِنْ أَيْنَ bij elkaar vooraan. ✗ أَيْنَ أَنْتَ مِنْ؟ / ✓ مِنْ أَيْنَ أَنْتَ؟
  • Na "hoeveel" komt in het Nederlands een meervoud. ✗ كَمْ كُتُبٌ عِنْدَكَ؟ / ✓ كَمْ كِتَابًا عِنْدَكَ؟
  • Nederlands heeft één "wat". Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je مَا. ✗ مَاذَا اسْمُكَ؟ / ✓ مَا اسْمُكَ؟

Voorbeelddialoog

مِنْ أَيْنَ أَنْتِ؟ — Waar kom je vandaan? (tegen een vrouw)
أَنَا مِنْ تُونِسَ. وَأَنْتَ؟ — Ik kom uit Tunesië. En jij?
أَنَا مِنْ هُولَنْدَا. مَاذَا تَدْرُسِينَ؟ — Ik kom uit Nederland. Wat studeer jij?
أَدْرُسُ الطِّبَّ. وَلِمَاذَا تَدْرُسُ الْعَرَبِيَّةَ؟ — Ik studeer geneeskunde. En waarom studeer jij Arabisch?
لِأَنَّ عَمَلِي فِي عَمَّانَ. — Omdat mijn werk in Amman is.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Arabische grammatica