Achter het zelfstandig naamwoord, gelijk op vier punten
Een Arabisch bijvoeglijk naamwoord staat achter het zelfstandig naamwoord en neemt vier kenmerken over:
- geslacht: mannelijk of vrouwelijk
- getal: enkelvoud, dualis of meervoud
- naamval: dezelfde uitgang als het zelfstandig naamwoord (-u, -a, -i)
- bepaaldheid: ال op het zelfstandig naamwoord betekent ال op het bijvoeglijk naamwoord
| Arabisch | Betekenis | Wat klopt |
|---|---|---|
| بَيْتٌ كَبِيرٌ | een groot huis | mannelijk, onbepaald |
| الْبَيْتُ الْكَبِيرُ | het grote huis | mannelijk, bepaald |
| سَيَّارَةٌ جَدِيدَةٌ | een nieuwe auto | vrouwelijk, onbepaald |
| السَّيَّارَةُ الْجَدِيدَةُ | de nieuwe auto | vrouwelijk, bepaald |
| مُهَنْدِسُونَ مَاهِرُونَ | bekwame ingenieurs | mannelijk meervoud (personen) |
| طَالِبَاتٌ مُجْتَهِدَاتٌ | ijverige studentes | vrouwelijk meervoud (personen) |
Gelijke naamval
Verandert de uitgang van het zelfstandig naamwoord, dan verandert die van het bijvoeglijk naamwoord mee:
- هَذَا بَيْتٌ كَبِيرٌ. — Dit is een groot huis. (-un)
- رَأَيْتُ بَيْتًا كَبِيرًا. — Ik zag een groot huis. (-an)
- أَسْكُنُ فِي بَيْتٍ كَبِيرٍ. — Ik woon in een groot huis. (-in)
Meervoud van dingen: vrouwelijk enkelvoud
Bij personen staat het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud: الطُّلَّابُ الْمُجْتَهِدُونَ (de ijverige studenten). Bij dingen, dieren en begrippen gebruikt het moderne Arabisch het vrouwelijk enkelvoud, ongeacht het geslacht van het enkelvoud:
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| كِتَابٌ جَدِيدٌ (een nieuw boek) | كُتُبٌ جَدِيدَةٌ (nieuwe boeken) |
| سَيَّارَةٌ صَغِيرَةٌ (een kleine auto) | سَيَّارَاتٌ صَغِيرَةٌ (kleine auto's) |
| الْبَيْتُ الْقَدِيمُ (het oude huis) | الْبُيُوتُ الْقَدِيمَةُ (de oude huizen) |
Meer bijvoeglijke naamwoorden en bijzondere vormen
Meerdere bijvoeglijke naamwoorden volgen elkaar gewoon op, elk met de juiste vorm: بَيْتٌ كَبِيرٌ جَمِيلٌ (een groot, mooi huis), الْمَدِينَةُ الْكَبِيرَةُ الْجَمِيلَةُ (de grote, mooie stad).
Bijvoeglijke naamwoorden van herkomst eindigen op ـِيٌّ, vrouwelijk ـِيَّةٌ: طَعَامٌ عَرَبِيٌّ (Arabisch eten), اللُّغَةُ الْعَرَبِيَّةُ (de Arabische taal).
Kleuren hebben een eigen vrouwelijke vorm, en de mannelijke en vrouwelijke vorm krijgen allebei geen tanwien: قَمِيصٌ أَحْمَرُ (een rood overhemd), سَيَّارَةٌ حَمْرَاءُ (een rode auto), الْبَابُ الْأَبْيَضُ / السَّيَّارَةُ الْبَيْضَاءُ (wit).
Let op als Nederlandstalige
- In het Nederlands staat het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord. ✗ جَدِيدٌ بَيْتٌ / ✓ بَيْتٌ جَدِيدٌ (een nieuw huis).
- Nederlands zet het lidwoord één keer: "het grote huis". Het Arabisch zet ال op beide woorden. ✗ الْبَيْتُ كَبِيرٌ voor "het grote huis" (dat betekent "Het huis is groot") / ✓ الْبَيْتُ الْكَبِيرُ.
- Een Nederlands bijvoeglijk naamwoord krijgt alleen wel of geen -e (een groot huis, een grote tafel). Het Arabische volgt het geslacht van het woord. ✗ بِنْتٌ طَوِيلٌ / ✓ بِنْتٌ طَوِيلَةٌ (een lang meisje).
- Meervouden van dingen krijgen vrouwelijk enkelvoud, ook als het enkelvoud mannelijk is. ✗ كُتُبٌ جَدِيدٌ / ✓ كُتُبٌ جَدِيدَةٌ.
Voorbeelddialoog
هَلْ عِنْدَكَ سَيَّارَةٌ جَدِيدَةٌ؟ — Heb je een nieuwe auto?
نَعَمْ، سَيَّارَتِي الْجَدِيدَةُ هُنَاكَ. — Ja, mijn nieuwe auto staat daar.
السَّيَّارَةُ الْحَمْرَاءُ؟ — De rode auto?
لَا، السَّيَّارَةُ الْبَيْضَاءُ الصَّغِيرَةُ. — Nee, de kleine witte auto.
وَالسَّيَّارَاتُ الْأُخْرَى؟ — En de andere auto's?
هِيَ سَيَّارَاتُ الْجِيرَانِ. — Dat zijn de auto's van de buren.