Alleen uitgangen
De verleden tijd plakt een uitgang achter een vaste stam. Er is geen voorvoegsel. De kale vorm كَتَبَ betekent al "hij schreef", en dat is ook de vorm die je in het woordenboek opzoekt. Een Nederlands woordenboek geeft de infinitief ("schrijven"); een Arabisch woordenboek geeft "hij schreef".
| Voornaamwoord | Werkwoord | Klank | Betekenis |
|---|---|---|---|
| أَنَا | كَتَبْتُ | katabtu | ik schreef |
| أَنْتَ | كَتَبْتَ | katabta | jij schreef (m) |
| أَنْتِ | كَتَبْتِ | katabti | jij schreef (v) |
| هُوَ | كَتَبَ | kataba | hij schreef |
| هِيَ | كَتَبَتْ | katabat | zij schreef |
| نَحْنُ | كَتَبْنَا | katabnā | wij schreven |
| أَنْتُمْ | كَتَبْتُمْ | katabtum | jullie schreven (m) |
| أَنْتُنَّ | كَتَبْتُنَّ | katabtunna | jullie schreven (v) |
| هُمْ | كَتَبُوا | katabū | zij schreven (m) |
| هُنَّ | كَتَبْنَ | katabna | zij schreven (v) |
De vormen voor ik, jij (m) en jij (v) worden allemaal كتبت geschreven en verschillen alleen in de laatste klinker, die in gewone teksten ontbreekt. De context vertelt wie het deed.
De stille alif
هُمْ كَتَبُوا schrijf je met een alif na de و. Die spreek je nooit uit: katabū. Deze alif komt alleen na de meervoudsuitgang ـوا.
- الطُّلَّابُ دَرَسُوا كَثِيرًا. — De studenten hebben veel gestudeerd.
- ذَهَبُوا إِلَى الْمَدْرَسَةِ. — Ze gingen naar school.
Meer werkwoorden in de verleden tijd
| Werkwoord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ذَهَبَ | gaan | ذَهَبْتُ إِلَى السُّوقِ. Ik ging naar de markt. |
| دَرَسَ | studeren | دَرَسَتْ لَيْلَى الْعَرَبِيَّةَ. Layla studeerde Arabisch. |
| أَكَلَ | eten | أَكَلْنَا فِي الْمَطْعَمِ. Wij aten in het restaurant. |
| سَكَنَ | wonen | سَكَنُوا فِي دِمَشْقَ. Zij woonden in Damascus. |
| فَتَحَ | openen | فَتَحْتُ الْبَابَ. Ik deed de deur open. |
Eén verleden tijd voor twee Nederlandse
كَتَبْتُ الرِّسَالَةَ. is zowel "Ik schreef de brief" als "Ik heb de brief geschreven". Het Arabisch heeft geen aparte voltooide tijd met een hulpwerkwoord. Wil je benadrukken dat iets al klaar is, dan kun je قَدْ toevoegen: قَدْ كَتَبْتُ الرِّسَالَةَ. (Ik heb de brief al geschreven.)
Let op als Nederlandstalige
- Nederlands gebruikt in gesprekken vaak "hebben/zijn" + voltooid deelwoord. Zoek daar geen hulpwerkwoord voor. ✗ عِنْدِي كَتَبْتُ. / ✓ كَتَبْتُ.
- "Zij" (enkelvoud) krijgt ـَتْ, niet de kale vorm. ✗ هِيَ كَتَبَ. / ✓ هِيَ كَتَبَتْ.
- De alif van كَتَبُوا schrijf je wel maar spreek je niet uit, en bij andere uitgangen hoort hij niet. ✗ كَتَبْنَاا / ✓ كَتَبْنَا.
Voorbeelddialoog
مَاذَا فَعَلْتَ أَمْسِ؟ — Wat heb je gisteren gedaan?
دَرَسْتُ فِي الْمَكْتَبَةِ. — Ik heb in de bibliotheek gestudeerd.
وَهَلْ ذَهَبَتْ لَيْلَى مَعَكَ؟ — En is Layla met je meegegaan?
لَا، هِيَ كَتَبَتْ رِسَالَةً فِي الْبَيْتِ. — Nee, zij heeft thuis een brief geschreven.
وَالطُّلَّابُ؟ — En de studenten?
ذَهَبُوا إِلَى الْمَطْعَمِ. — Die zijn naar het restaurant gegaan.