Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Arabische grammatica

De toekomende tijd (سـ / سوف) en de ontkenning van verleden en toekomst

Gratis les Arabische grammatica · A2

Toekomst = tegenwoordige tijd + سـ

Het Nederlands gebruikt voor de toekomst een los werkwoord ("zullen", "gaan"). Het Arabisch zet سَـ voor het werkwoord in de tegenwoordige tijd, vast eraan geschreven:

  • سَأَذْهَبُ إِلَى السُّوقِ. (sa-adhhabu) — Ik ga naar de markt. / Ik zal naar de markt gaan.
  • سَتَدْرُسُ لَيْلَى غَدًا. — Layla gaat morgen studeren.
  • سَنُسَافِرُ فِي الصَّيْفِ. — We gaan in de zomer op reis.

سَوْفَ is een los woord met dezelfde betekenis, iets nadrukkelijker of verder weg in de tijd: سَوْفَ نَرَى. — We zullen zien.

Toekomst ontkennen: لن + subjunctief

لَنْ vervangt سَـ en zet het werkwoord in de subjunctief (منصوب): de laatste damma wordt een fatha.

Bevestigend Ontkennend
سَأَذْهَبُ ik zal gaan لَنْ أَذْهَبَ ik zal niet gaan
سَيَكْتُبُ hij zal schrijven لَنْ يَكْتُبَ hij zal niet schrijven
سَتَدْرُسُ zij zal studeren لَنْ تَدْرُسَ zij zal niet studeren

Vormen op ـُونَ of ـِينَ verliezen in plaats daarvan de ن: يَذْهَبُونَلَنْ يَذْهَبُوا, تَذْهَبِينَلَنْ تَذْهَبِي.

Verleden ontkennen: لم + jussief

Voor "niet gedaan" ontken je gewoonlijk niet de verledentijdsvorm. Je neemt لَمْ met de tegenwoordige vorm in de jussief (مجزوم), die op sukun eindigt:

Verleden Ontkennend
ذَهَبْتُ ik ging لَمْ أَذْهَبْ ik ging niet
كَتَبَ hij schreef لَمْ يَكْتُبْ hij schreef niet
دَرَسَتْ zij studeerde لَمْ تَدْرُسْ zij studeerde niet
ذَهَبُوا zij gingen لَمْ يَذْهَبُوا zij gingen niet

مَا met de verledentijdsvorm (مَا ذَهَبْتُ) betekent hetzelfde. Dat is correct maar minder formeel, en in de meeste spreektalen de gewone vorm.

Zes zinnen naast elkaar

  • أَذْهَبُ. — Ik ga.
  • لَا أَذْهَبُ. — Ik ga niet.
  • سَأَذْهَبُ. — Ik zal gaan.
  • لَنْ أَذْهَبَ. — Ik zal niet gaan.
  • ذَهَبْتُ. — Ik ging. / Ik ben gegaan.
  • لَمْ أَذْهَبْ. — Ik ging niet. / Ik ben niet gegaan.

Let op als Nederlandstalige

  • "Zullen" en "gaan" zijn in het Nederlands losse woorden; سَـ is één letter die vastzit. ✗ سَ أَذْهَبُ / ✓ سَأَذْهَبُ. Ook "gaan" als hulpwerkwoord vertaal je niet: ✗ أَذْهَبُ أَنْ أَكْتُبَ. voor "ik ga schrijven" / ✓ سَأَكْتُبُ.
  • Na لَنْ eindigt het werkwoord op fatha. ✗ لَنْ أَذْهَبُ. / ✓ لَنْ أَذْهَبَ.
  • "Ik ben niet gegaan" bevat in het Nederlands een voltooid deelwoord; na لَمْ gebruik je juist de tegenwoordige vorm. ✗ لَمْ ذَهَبْتُ. / ✓ لَمْ أَذْهَبْ.

Voorbeelddialoog

هَلْ سَتَذْهَبُ إِلَى الْحَفْلَةِ؟ — Ga je naar het feest?
لَا، لَنْ أَذْهَبَ. عِنْدِي عَمَلٌ. — Nee, ik ga niet. Ik moet werken.
وَلِمَاذَا لَمْ تَأْتِ أَمْسِ؟ — En waarom ben je gisteren niet gekomen?
لَمْ أَسْمَعْ عَنِ الْمَوْعِدِ. — Ik had niets over de afspraak gehoord.
سَأُخْبِرُكَ فِي الْمَرَّةِ الْقَادِمَةِ. — Ik laat het je de volgende keer weten.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Arabische grammatica