Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Arabische grammatica

De dualis (المثنّى)

Gratis les Arabische grammatica · A2

Een aparte vorm voor precies twee

Het Arabisch gebruikt voor twee dingen geen meervoud. Er is een eigen uitgang, die elk zelfstandig naamwoord kan krijgen:

Enkelvoud Twee (nominatief) Twee (accusatief en genitief)
طَالِبٌ طَالِبَانِ طَالِبَيْنِ
كِتَابٌ كِتَابَانِ كِتَابَيْنِ
مُعَلِّمٌ مُعَلِّمَانِ مُعَلِّمَيْنِ
سَيَّارَةٌ سَيَّارَتَانِ سَيَّارَتَيْنِ

De uitgang vervangt de tanwien. Net als bij de bezittelijke uitgangen wordt een ة een ت: سَيَّارَةسَيَّارَتَانِ.

  • عِنْدِي كِتَابَانِ. — Ik heb twee boeken.
  • رَأَيْتُ طَالِبَيْنِ فِي الْمَكْتَبَةِ. — Ik zag twee studenten in de bibliotheek.
  • ذَهَبْتُ مَعَ صَدِيقَيْنِ. — Ik ging met twee vrienden.

Het bijvoeglijk naamwoord staat ook in de dualis

  • طَالِبَانِ جَدِيدَانِ — twee nieuwe studenten
  • الطَّالِبَانِ الْجَدِيدَانِ — de twee nieuwe studenten
  • سَيَّارَتَانِ صَغِيرَتَانِ — twee kleine auto's

De nun verdwijnt in een iḍāfa

Is een dualis het eerste deel van een bezitsconstructie, dan verliest hij zijn ن:

  • كِتَابَا الطَّالِبِ — de twee boeken van de student
  • وَالِدَا أَحْمَدَ — de ouders van Ahmed
  • فِي يَدَيِ الْوَلَدِ — in de handen van de jongen

Hetzelfde gebeurt voor een aangehecht voornaamwoord: كِتَابَاهُ — zijn twee boeken; يَدَيْهِ — zijn handen.

Voornaamwoorden en werkwoorden in de dualis

Voornaamwoord Verleden Tegenwoordig
أَنْتُمَا jullie twee كَتَبْتُمَا تَكْتُبَانِ
هُمَا zij tweeën (m) كَتَبَا يَكْتُبَانِ
هُمَا zij tweeën (v) كَتَبَتَا تَكْتُبَانِ
  • هُمَا يَدْرُسَانِ فِي الْجَامِعَةِ. — Ze studeren allebei aan de universiteit.
  • هَلْ أَنْتُمَا جَاهِزَانِ؟ — Zijn jullie tweeën klaar?

De ن van يَكْتُبَانِ valt weg na أَنْ, لَنْ en لَمْ: لَنْ يَكْتُبَا.

Let op als Nederlandstalige

  • Het Nederlands zegt "twee studenten", met een meervoud en een telwoord. In het Arabisch doet de uitgang allebei. ✗ اثْنَانِ طُلَّابٌ / ✗ طَالِبُونَ اثْنَانِ / ✓ طَالِبَانِ.
  • Laat de ة niet staan voor de uitgang. ✗ سَيَّارَةَانِ / ✓ سَيَّارَتَانِ.
  • De uitgang verandert met de naamval; het Nederlandse "twee" nooit. ✗ رَأَيْتُ طَالِبَانِ. / ✓ رَأَيْتُ طَالِبَيْنِ.
  • Laat de nun weg in een bezitsconstructie. ✗ كِتَابَانِ الطَّالِبِ / ✓ كِتَابَا الطَّالِبِ.

Voorbeelddialoog

كَمْ كِتَابًا عِنْدَكَ؟ — Hoeveel boeken heb je?
عِنْدِي كِتَابَانِ فَقَطْ. — Ik heb maar twee boeken.
وَمَنْ هُمَا؟ — En wie zijn die twee?
هُمَا طَالِبَانِ جَدِيدَانِ فِي الصَّفِّ. — Dat zijn twee nieuwe studenten in de klas.
هَلْ يَدْرُسَانِ الْعَرَبِيَّةَ؟ — Studeren ze Arabisch?
نَعَمْ، وَوَالِدَاهُمَا مُعَلِّمَانِ. — Ja, en hun ouders zijn leraren.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Arabische grammatica