Twee woorden uit elk werkwoord
Uit elk werkwoord maakt het Arabisch een woord voor degene die de handeling uitvoert, اِسْم الْفَاعِل, en een woord voor wat de handeling ondergaat, اِسْم الْمَفْعُول. Het Nederlands heeft iets vergelijkbaars: "schrijvend" en "geschreven", en daarnaast een apart woord "schrijver". Het Arabisch vormt dat allemaal uit dezelfde wortel.
كَتَبَ hij schreef → كَاتِب schrijvend, schrijver → مَكْتُوب geschreven.
Vorm I: فَاعِل en مَفْعُول
| Werkwoord | Actief فَاعِل | Passief مَفْعُول |
|---|---|---|
| كَتَبَ schrijven | كَاتِب | مَكْتُوب |
| فَهِمَ begrijpen | فَاهِم | مَفْهُوم |
| عَرَفَ kennen | عَارِف | مَعْرُوف |
| فَتَحَ openen | فَاتِح | مَفْتُوح |
| أَكَلَ eten | آكِل | مَأْكُول |
| ذَهَبَ gaan | ذَاهِب | geen |
Onovergankelijke werkwoorden zoals ذَهَبَ hebben geen passief deelwoord, omdat er niets is dat "gegaan wordt".
Afgeleide vormen: مُ + de stam van de tegenwoordige tijd
Voor vormen II tot en met X is het recept vast. Neem de tegenwoordige tijd, haal het voorvoegsel weg en zet er مُ voor. Het actieve deelwoord heeft een kasra voor de laatste wortelletter, het passieve een fatha. Eén klinker maakt het hele verschil.
| Vorm | Werkwoord | Actief | Passief |
|---|---|---|---|
| II | دَرَّسَ | مُدَرِّس leraar | مُدَرَّس onderwezen |
| III | شَارَكَ | مُشَارِك deelnemer | مُشَارَك gedeeld |
| IV | أَرْسَلَ | مُرْسِل afzender | مُرْسَل verzonden |
| V | تَعَلَّمَ | مُتَعَلِّم leerling | geen |
| VIII | اِجْتَمَعَ | مُجْتَمِع bijeenkomend | geen |
| X | اِسْتَخْدَمَ | مُسْتَخْدِم gebruiker | مُسْتَخْدَم gebruikt |
Veel ervan zijn gewone woorden geworden: مُدَرِّس leraar, مُهَنْدِس ingenieur, مُوَظَّف werknemer, مُمْكِن mogelijk.
Ze gedragen zich als bijvoeglijke naamwoorden
Een deelwoord past zich aan in geslacht, getal, bepaaldheid en naamval, net als elk bijvoeglijk naamwoord.
- الرِّسَالَةُ مَكْتُوبَةٌ بِالْعَرَبِيَّةِ. — De brief is in het Arabisch geschreven.
- الْبَابُ مَفْتُوحٌ وَالنَّوَافِذُ مَفْتُوحَةٌ. — De deur is open en de ramen zijn open.
- الطُّلَّابُ الْمُجْتَهِدُونَ نَجَحُوا. — De ijverige studenten zijn geslaagd.
أَنَا ذَاهِبٌ: het deelwoord als "nu bezig"
Bij werkwoorden van beweging en een paar werkwoorden van toestand beschrijft het actieve deelwoord wat nu gebeurt of zo meteen gaat gebeuren. Het is een naamwoord, dus het krijgt een naamvalsuitgang, geen werkwoordsuitgang.
- أَنَا ذَاهِبٌ إِلَى السُّوقِ. — Ik ga (nu) naar de markt.
- هِيَ خَارِجَةٌ مِنَ الْبَيْتِ. — Zij gaat net de deur uit.
- هَلْ أَنْتَ فَاهِمٌ؟ — Snap je het?
- نَحْنُ مُسَافِرُونَ غَدًا. — We vertrekken morgen op reis.
Voor een gewoonte gebruik je normaal het werkwoord in de tegenwoordige tijd: أَذْهَبُ إِلَى الْعَمَلِ كُلَّ يَوْمٍ. (Ik ga elke dag naar mijn werk.)
Let op als Nederlandstalige
- Het Nederlands zegt "de brief is geschreven". Het Arabisch heeft in het heden geen "is" nodig. ✗ الرِّسَالَةُ تَكُونُ مَكْتُوبَةٌ. / ✓ الرِّسَالَةُ مَكْتُوبَةٌ.
- Een Nederlands deelwoord krijgt hooguit een -e ("de geschreven brief"); het Arabische past zich volledig aan. ✗ الطَّالِبَاتُ ذَاهِبٌ. / ✓ الطَّالِبَاتُ ذَاهِبَاتٌ.
- Actief en passief verschillen met één klinker. مُدَرِّس is de leraar, مُدَرَّس is wat onderwezen wordt; schrijf je مُدَرَّس voor "leraar", dan zeg je het omgekeerde.
- Het deelwoord is een naamwoord en krijgt nooit een werkwoordsvoorvoegsel. ✗ أَنَا أَذَاهِبٌ. / ✓ أَنَا ذَاهِبٌ.
Voorbeelddialoog
أَنَا ذَاهِبٌ إِلَى الْمَكْتَبَةِ، هَلْ أَنْتَ قَادِمٌ؟ — Ik ga naar de bibliotheek, kom je mee?
لَا، أَنَا مَشْغُولٌ. الْوَاجِبُ غَيْرُ مَكْتُوبٍ بَعْدُ. — Nee, ik heb het druk. Het huiswerk is nog niet geschreven.
مَنِ الْمُدَرِّسُ الْجَدِيدُ؟ — Wie is de nieuwe leraar?
رَجُلٌ مَعْرُوفٌ، وَهُوَ مُسْتَخْدِمٌ لِطَرِيقَةٍ جَدِيدَةٍ. — Een bekende man, en hij gebruikt een nieuwe methode.
هَلْ أَنْتَ فَاهِمٌ دُرُوسَهُ؟ — Snap je zijn lessen?