Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Spaanse grammatica

Werkwoorden met klinkerwisseling: e→ie, o→ue, e→i (verbos con cambio vocálico)

Gratis les Spaanse grammatica · A1

Wat er verandert

Bij veel gewone werkwoorden verandert in de tegenwoordige tijd de beklemtoonde klinker van de stam. De uitgangen blijven gewoon regelmatig.

Wisseling Voorbeeld
e → ie querer → quiero
o → ue poder → puedo
e → i (alleen -ir-werkwoorden) pedir → pido
u → ue (alleen jugar) jugar → juego

Het «laarsje»

De wisseling zit in vier personen: yo, tú, él/ella/usted en ellos/ellas/ustedes. Nosotros en vosotros houden de oorspronkelijke klinker, omdat de klemtoon daar op de uitgang valt. Kleur je de veranderde vormen in, dan krijg je de vorm van een laars.

Persoon querer (e→ie) poder (o→ue) dormir (o→ue) pedir (e→i) jugar (u→ue)
yo quiero puedo duermo pido juego
quieres puedes duermes pides juegas
él / ella / usted quiere puede duerme pide juega
nosotros/-as queremos podemos dormimos pedimos jugamos
vosotros/-as (Spanje) queréis podéis dormís pedís jugáis
ellos / ellas / ustedes quieren pueden duermen piden juegan

Veelgebruikte werkwoorden per groep

e → ie o → ue e → i
empezar (beginnen) volver (terugkomen) repetir (herhalen)
pensar (denken) encontrar (vinden) servir (serveren)
preferir (liever hebben) costar (kosten) seguir (volgen): sigo
entender (begrijpen) contar (vertellen, tellen) vestir (kleden)
cerrar (sluiten) dormir (slapen)

Het woordenboek laat de wisseling niet zien. Leer deze werkwoorden daarom meteen met hun yo-vorm: pensar (pienso), volver (vuelvo).

In zinnen

  • ¿Puedes abrir la ventana? — Kun je het raam opendoen?
  • La clase empieza a las nueve. — De les begint om negen uur.
  • ¿Cuánto cuesta este bolso? — Hoeveel kost deze tas?
  • Quiero un café, por favor. — Ik wil graag een koffie.
  • Los niños duermen ocho horas. — De kinderen slapen acht uur.
  • Nosotros volvemos mañana. — Wij komen morgen terug. (geen wisseling)

Let op als Nederlandstalige

  • Geen wisseling in nosotros. Wie quiero kent, maakt er ook quieremos van. ✗ Nosotros quieremos. / ✓ Nosotros queremos.Puedemos ir. / ✓ Podemos ir.
  • Eén Nederlands «vragen», twee Spaanse werkwoorden. Pedir is vragen om iets (bestellen, verzoeken); preguntar is een vraag stellen. ✗ Pregunto un café. / ✓ Pido un café.Pido dónde está el baño. / ✓ Pregunto dónde está el baño.
  • Eén «spelen», twee werkwoorden. Een spel of sport spelen is jugar; een instrument bespelen is tocar. ✗ Juego la guitarra. / ✓ Toco la guitarra. In Spanje krijgt een sport a: Juego al fútbol. (In Latijns-Amerika hoor je vaak juego fútbol.)
  • Querer met een persoon is «houden van». Te quiero betekent «ik hou van je». Iets willen hebben zeg je met een ding: Quiero agua.

Voorbeelddialoog

¿Qué quieres tomar? — Wat wil je drinken?
Prefiero un té. ¿Puedes pedir tú? — Ik neem liever thee. Kun jij bestellen?
Claro. ¿A qué hora empieza la película? — Natuurlijk. Hoe laat begint de film?
A las ocho, pero volvemos pronto, ¿vale? — Om acht uur, maar we gaan wel vroeg terug, oké?

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Spaanse grammatica