Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Spaanse grammatica

Ontkenning (la negación)

Gratis les Spaanse grammatica · A1

No vóór het werkwoord

Een zin maak je ontkennend met no, en dat woordje staat direct vóór de persoonsvorm. Het Spaans heeft geen apart «geen»: no doet beide.

  • Hablo francés.No hablo francés. — Ik spreek geen Frans.
  • Ana vive aquí.Ana no vive aquí. — Ana woont hier niet.
  • ¿No tienes coche? — Heb je geen auto?

Voornaamwoorden blijven tussen no en het werkwoord staan:

  • No lo sé. — Ik weet het niet.
  • No me gusta. — Ik vind het niet lekker / niet leuk.

Een kort antwoord heeft vaak twee keer no: de eerste is het antwoord, de tweede ontkent het werkwoord.

  • ¿Eres de aquí? No, no soy de aquí. — Kom je hier vandaan? Nee, ik kom hier niet vandaan.

Ontkennende woorden

Bevestigend Ontkennend
algo (iets) nada (niets)
alguien (iemand) nadie (niemand)
siempre / a veces (altijd / soms) nunca / jamás (nooit)
también (ook) tampoco (ook niet)
algún / alguno/-a (een of ander) ningún / ninguno/-a (geen enkel)
o ... o (of ... of) ni ... ni (noch ... noch)

Dubbele ontkenning is verplicht

Staat een ontkennend woord achter het werkwoord, dan moet er ook no vóór het werkwoord. Twee ontkenningen heffen elkaar niet op, ze versterken elkaar.

  • No veo a nadie. — Ik zie niemand.
  • No hago nada los domingos. — Op zondag doe ik niets.
  • No voy nunca al gimnasio. — Ik ga nooit naar de sportschool.
  • No tengo ningún problema. — Ik heb geen enkel probleem.
  • No bebo ni café ni té. — Ik drink koffie noch thee.

Ontkennend woord vooraan: geen no

Staat het ontkennende woord vóór het werkwoord, dan valt no weg. De betekenis blijft gelijk:

Ontkennend woord achter het werkwoord Ontkennend woord ervoor
No voy nunca. Nunca voy.
No viene nadie. Nadie viene.
No me gusta tampoco. Tampoco me gusta.

Ninguno wordt ningún vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord en staat bijna altijd in het enkelvoud: No tengo ningún amigo aquí. — Ik heb hier geen vrienden.

Let op als Nederlandstalige

  • Het Nederlands ontkent één keer, het Spaans twee keer. «Ik zie niemand» heeft maar één ontkenning, dus laat je no makkelijk weg. ✗ Veo a nadie. / ✓ No veo a nadie.Hago nada. / ✓ No hago nada.
  • No staat vóór het werkwoord, niet erachter. Het Nederlandse «niet» komt achter de persoonsvorm of aan het eind. ✗ Vivo no aquí. / ✗ Ana vive aquí no. / ✓ Ana no vive aquí.
  • Geen «geen». Het Nederlands kiest tussen «niet» en «geen»; het Spaans gebruikt gewoon no. ✗ Tengo ningún coche (als je gewoon «ik heb geen auto» bedoelt) / ✓ No tengo coche. Ningún is sterker: «geen enkel».
  • «Ik ook niet» is tampoco.Yo también no. / ✓ Yo tampoco. En zet geen no achter een ontkennend woord vooraan: ✗ Nadie no viene. / ✓ Nadie viene.

Voorbeelddialoog

¿Hay algo en la nevera? — Zit er iets in de koelkast?
No, no hay nada. Nadie hace nunca la compra. — Nee, er zit niets in. Niemand doet ooit boodschappen.
Yo nunca tengo tiempo. — Ik heb nooit tijd.
Yo tampoco. Pedimos una pizza, ¿no? — Ik ook niet. Zullen we een pizza bestellen?

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Spaanse grammatica