Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Spaanse grammatica

De aanvoegende wijs, tegenwoordige tijd (presente de subjuntivo)

Gratis les Spaanse grammatica · B1

Wat het is

De subjuntivo is geen tijd maar een wijs. Hij staat in een bijzin na que als het hoofdwerkwoord een wens, gevoel, twijfel of oordeel uitdrukt in plaats van een feit. Het Nederlands kent die vorm in de spreektaal niet meer (alleen resten als «leve de koning»).

  • Sé que viene mañana. — Ik weet dat hij morgen komt. (feit)
  • Espero que venga mañana. — Ik hoop dat hij morgen komt. (wens)

In het Nederlands zien beide zinnen er hetzelfde uit; in het Spaans niet.

Vorming

Neem de yo-vorm van de tegenwoordige tijd, haal de -o weg en voeg de andere klinker toe: -ar-werkwoorden krijgen e, -er- en -ir-werkwoorden krijgen a.

Persoon hablar comer vivir tener (tengo)
yo hable coma viva tenga
hables comas vivas tengas
él / ella / usted hable coma viva tenga
nosotros/-as hablemos comamos vivamos tengamos
vosotros/-as (Spanje) habléis comáis viváis tengáis
ellos / ellas / ustedes hablen coman vivan tengan

Een onregelmatigheid in de yo-vorm gaat mee naar alle personen: hacer → hago → haga, decir → diga, salir → salga, conocer → conozca. De spelling past zich aan: buscar → busque, llegar → llegue.

Zes onregelmatige werkwoorden

Werkwoord Vormen
ser sea, seas, sea, seamos, seáis, sean
estar esté, estés, esté, estemos, estéis, estén
ir vaya, vayas, vaya, vayamos, vayáis, vayan
haber haya, hayas, haya, hayamos, hayáis, hayan
saber sepa, sepas, sepa, sepamos, sepáis, sepan
dar dé, des, dé, demos, deis, den

Wat de subjuntivo oproept

Aanleiding Voorbeeld
wens, verzoek Quiero que vengas. — Ik wil dat je komt.
gevoel Me alegra que estés aquí. — Ik ben blij dat je er bent.
twijfel, ontkenning No creo que sea verdad. — Ik denk niet dat het waar is.
onpersoonlijk oordeel Es importante que descanses. — Het is belangrijk dat je rust.
doel Te lo digo para que lo sepas. — Ik zeg het zodat je het weet.
toekomst na cuando Cuando llegue, hablamos. — Als hij er is, praten we.
ojalá Ojalá no llueva. — Hopelijk regent het niet.

Bevestigend geloven houdt de gewone vorm: Creo que es verdad, maar No creo que sea verdad.

Eén onderwerp of twee

De subjuntivo hoort bij een ander onderwerp. Blijft het onderwerp gelijk, gebruik dan een infinitief zonder que.

  • Quiero ir al cine. — Ik wil naar de bioscoop. (zelfde persoon)
  • Quiero que vayas al cine. — Ik wil dat jij naar de bioscoop gaat. (twee personen)

Let op als Nederlandstalige

  • «Dat» + gewone vorm werkt niet. Het Nederlands heeft na «ik wil dat» of «ik hoop dat» gewoon de tegenwoordige tijd. ✗ Quiero que vienes. / ✓ Quiero que vengas.Espero que tienes suerte. / ✓ Espero que tengas suerte.
  • «Ik denk niet dat» draait de wijs om.No creo que es buena idea. / ✓ No creo que sea buena idea.
  • Zelfde onderwerp: geen que. «Ik hoop dat ik snel kan gaan» wordt: ✗ Espero que puedo ir pronto. / ✓ Espero poder ir pronto.
  • Geen werkwoord achteraan in de bijzin. Het Nederlands zet het werkwoord na «dat» aan het eind. ✗ Quiero que la verdad digas. / ✓ Quiero que digas la verdad.

Voorbeelddialoog

Espero que no llegues tarde mañana. — Ik hoop dat je morgen niet te laat bent.
Tranquila. Saldré en cuanto termine aquí. — Rustig maar. Ik vertrek zodra ik hier klaar ben.
Es mejor que salgas antes de las ocho. — Je kunt beter voor achten vertrekken.
Vale. Ojalá no haya mucho tráfico. — Oké. Hopelijk is het niet druk op de weg.
Llámame cuando llegues. — Bel me als je er bent.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Spaanse grammatica