Vorm
De condicional gebruikt dezelfde stam als de toekomende tijd met de uitgangen van de imperfecto van -er/-ir-werkwoorden. Elke vorm heeft een accent op de í. Waar het Nederlands «zou» + infinitief zegt, heeft het Spaans één woord.
| Persoon | Uitgang | hablar | comer | vivir |
|---|---|---|---|---|
| yo | -ía | hablaría | comería | viviría |
| tú | -ías | hablarías | comerías | vivirías |
| él / ella / usted | -ía | hablaría | comería | viviría |
| nosotros/-as | -íamos | hablaríamos | comeríamos | viviríamos |
| vosotros/-as (Spanje) | -íais | hablaríais | comeríais | viviríais |
| ellos / ellas / ustedes | -ían | hablarían | comerían | vivirían |
De onregelmatige stammen zijn precies die van de toekomende tijd: tendría, pondría, saldría, vendría, haría, diría, podría, sabría, querría, habría.
Waarvoor gebruik je hem?
| Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|
| beleefdheid | ¿Podrías ayudarme? — Zou je me kunnen helpen? |
| een verzachte wens | Me gustaría un café. — Ik zou graag een koffie willen. |
| advies | Yo que tú, hablaría con ella. — Als ik jou was, zou ik met haar praten. |
| een denkbeeldig gevolg | Con más tiempo, viajaríamos más. — Met meer tijd zouden we meer reizen. |
| vermoeden over het verleden | Serían las diez cuando llegó. — Het zal zo'n tien uur geweest zijn toen hij kwam. |
| toekomst gezien vanuit het verleden | Dijo que vendría. — Hij zei dat hij zou komen. |
Beleefdheid
In winkels en op kantoor verzacht het Spaans verzoeken vaak met de condicional. Quiero un café is niet onbeleefd, maar Me gustaría un café of ¿Me pondría un café? hoor je veel.
- ¿Te importaría cerrar la ventana? — Zou je het raam dicht willen doen?
- ¿Sería posible cambiar la cita? — Zou het mogelijk zijn de afspraak te verzetten?
- Deberías descansar más. — Je zou meer moeten rusten.
In zinnen met si
De condicional geeft het gevolg; de bijzin met si krijgt de imperfecto de subjuntivo, nooit de condicional zelf.
- Si tuviera dinero, viajaría por Asia. — Als ik geld had, zou ik door Azië reizen.
- Si fueras más paciente, todo sería más fácil. — Als je geduldiger was, zou alles makkelijker zijn.
Let op als Nederlandstalige
- «Zou» in beide delen van de zin. Het Nederlands zegt probleemloos «Als ik tijd zou hebben, zou ik gaan». Het Spaans laat de condicional nooit na si toe. ✗ Si tendría tiempo, iría. / ✓ Si tuviera tiempo, iría.
- «Zou» als «was gepland». «De trein zou om acht uur vertrekken» (maar had vertraging) is geen condicional: los gezegd klinkt El tren saldría a las ocho als een vermoeden, «de trein is waarschijnlijk om acht uur vertrokken». ✓ El tren iba a salir a las ocho. / ✓ El tren tenía que salir a las ocho.
- De stam is de toekomende-tijdstam. ✗ Yo hacería, yo podería / ✓ Yo haría, yo podría.
- Let op het accent en de lettergreep. Comería (ik zou eten) en comía (ik at) verschillen maar één lettergreep. Voor een gewoonte in het verleden gebruikt het Nederlands geen «zou», en het Spaans ook niet: ✓ De niño íbamos a la playa.
Voorbeelddialoog
¿Podrías echarme una mano el sábado? — Zou je me zaterdag even kunnen helpen?
Me encantaría, pero trabajo por la mañana. — Heel graag, maar ik werk 's ochtends.
¿Y por la tarde? — En 's middags?
Sí. Yo que tú, llamaría también a Sergio. — Ja. Als ik jou was, zou ik Sergio ook bellen.
Buena idea. Con su furgoneta sería mucho más rápido. — Goed idee. Met zijn busje zou het veel sneller gaan.