Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Spaanse grammatica

Estar + gerundio: bezig zijn met iets (presente progresivo)

Gratis les Spaanse grammatica · A2

Vorm

Estar in de tegenwoordige tijd plus het gerundio zegt dat iets op dit moment gebeurt, zoals het Nederlandse «aan het ... zijn».

Persoon estar + gerundio
yo estoy hablando
estás comiendo
él / ella / usted está escribiendo
nosotros/-as estamos trabajando
vosotros/-as (Spanje) estáis bebiendo
ellos / ellas / ustedes están saliendo

Het gerundio maken

Soort werkwoord Uitgang Voorbeeld
-ar -ando hablar → hablando
-er / -ir -iendo comer → comiendo, vivir → viviendo
stam eindigt op klinker -yendo leer → leyendo, oír → oyendo, construir → construyendo

-ir-werkwoorden met klinkerwisseling (en ook poder) veranderen de stamklinker, als e → i of o → u:

Infinitief Gerundio Infinitief Gerundio
dormir durmiendo pedir pidiendo
morir muriendo servir sirviendo
poder pudiendo decir diciendo
venir viniendo seguir siguiendo

Waar voornaamwoorden staan

Vóór estar of vast aan het gerundio. Plak je het eraan vast, dan krijgt het gerundio een accent om de klemtoon te houden.

  • Lo estoy leyendo. = Estoy leyéndo*lo.* — Ik ben het aan het lezen.
  • Me estoy duchando. = Estoy duchándo*me.* — Ik sta onder de douche.

Alleen voor wat nu bezig is

Het Spaans gebruikt deze vorm voor een handeling die echt aan de gang is, en de gewone tegenwoordige tijd voor al het andere: gewoontes, je baan, vaste feiten en plannen.

  • ¿Qué haces? Estoy cocinando. — Wat doe je? Ik ben aan het koken.
  • Trabajo en un hospital. — Ik werk in een ziekenhuis. (mijn baan)
  • Mañana voy a Sevilla. — Morgen ga ik naar Sevilla. (een plan)

Ir en venir hoor je minder in deze vorm: meestal zeg je Voy a casa (ik ben op weg naar huis), al is Estoy yendo a casa niet fout.

Twee verwante constructies: seguir + gerundio betekent «nog steeds» (Sigue lloviendo — het regent nog steeds), en llevar + tijd + gerundio betekent «al ... aan het» (Llevo dos horas esperando — ik sta al twee uur te wachten).

Let op als Nederlandstalige

  • Estar, niet ser. Het Nederlands zegt «Ik ben aan het eten». ✗ Soy comiendo. / ✓ Estoy comiendo.
  • Geen «aan» of «te». «Ik ben aan het lezen» en «Ik zit te lezen» hebben extra woordjes; het Spaans niet. ✗ Estoy a leer. / ✗ Estoy leer. / ✓ Estoy leyendo.
  • «Al twee uur aan het wachten» gaat met llevar.Estoy esperando ya dos horas. / ✓ Llevo dos horas esperando.
  • Hier lijken de talen op elkaar: allebei gebruiken ze de gewone tegenwoordige tijd voor gewoontes en plannen: ✓ Mañana trabajo. = «Morgen werk ik.» Het verschil zit in de vorm: geen «aan het», maar estar + gerundio, en estar verandert per persoon: ✗ Nosotros está comiendo. / ✓ Nosotros estamos comiendo.

Voorbeelddialoog

¿Te llamo en mal momento? — Bel ik op een slecht moment?
Estoy preparando la cena, pero dime. — Ik ben het eten aan het maken, maar zeg het maar.
¿Qué están haciendo los niños? — Wat doen de kinderen?
Están durmiendo. Llevan una hora en la cama. — Ze slapen. Ze liggen al een uur in bed.
Vale, mañana te llamo. Salgo temprano. — Oké, ik bel je morgen. Ik vertrek vroeg.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Spaanse grammatica