Iemand iets opdragen
Het Spaans kiest een andere vorm afhankelijk van wie je aanspreekt, en nog een andere vorm als de opdracht ontkennend is.
| Persoon | Bevestigend | Ontkennend |
|---|---|---|
| tú | habla, come, escribe | no hables, no comas, no escribas |
| usted | hable, coma, escriba | no hable, no coma, no escriba |
| nosotros | hablemos, comamos | no hablemos, no comamos |
| vosotros (Spanje) | hablad, comed, escribid | no habléis, no comáis, no escribáis |
| ustedes | hablen, coman, escriban | no hablen, no coman, no escriban |
De bevestigende tú-vorm is gewoon de él-vorm van de tegenwoordige tijd: él habla → ¡Habla! Bij vosotros vervang je de -r van de infinitief door -d: comer → comed.
Alle andere vormen in de tabel komen uit de aanvoegende wijs (subjuntivo). Daarom wisselt de klinker: -ar-werkwoorden krijgen e, -er/-ir-werkwoorden krijgen a.
Onregelmatige tú-vormen
Acht werkwoorden hebben een korte bevestigende tú-vorm. De ontkennende vormen zijn gewone subjuntivo-vormen.
| Werkwoord | Bevestigend | Ontkennend |
|---|---|---|
| decir | di | no digas |
| hacer | haz | no hagas |
| ir | ve | no vayas |
| poner | pon | no pongas |
| salir | sal | no salgas |
| ser | sé | no seas |
| tener | ten | no tengas |
| venir | ven | no vengas |
- Haz la cama, por favor. — Maak je bed op, alsjeblieft.
- No seas tan impaciente. — Wees niet zo ongeduldig.
Voornaamwoorden
In een bevestigende opdracht zit het voornaamwoord vast aan het werkwoord, meestal met een accent om de klemtoon te houden. In een ontkennende opdracht staat het vóór het werkwoord.
| Bevestigend | Ontkennend |
|---|---|
| Dímelo. — Zeg het me. | No me lo digas. |
| Siéntate. — Ga zitten. | No te sientes. |
| Cómpralo. — Koop het. | No lo compres. |
| Levántense. — Staat u op. (ustedes) | No se levanten. |
Wederkerende vosotros-vormen verliezen de -d: sentad + os → sentaos.
Een opdracht verzachten
Een kale gebiedende wijs kan bot klinken. Voeg por favor toe, of gebruik een vraag: ¿Puedes cerrar la ventana?, ¿Me pasas la sal?
Let op als Nederlandstalige
- Ontkennend is niet gewoon no + dezelfde vorm. In het Nederlands blijft «Eet!» ook in «Eet dat niet!» hetzelfde. ✗ No come el pastel. / ✓ No comas el pastel.
- De u-vorm is geen tú-vorm. «Komt u binnen» klinkt beleefd door «u»; in het Spaans verandert het werkwoord zelf. ✗ Entra, señora. / ✓ Entre, señora.
- «Laten we» is één woord. ✗ Dejemos comer. / ✓ Comamos, of in de praktijk vaker Vamos a comer.
- Voornaamwoorden achteraan, maar aan elkaar. «Geef het me» wordt: ✗ Da lo me. / ✓ Dámelo. En bij een ontkenning weer vooraan: ✗ No siéntate. / ✓ No te sientes.
Voorbeelddialoog
Oye, ven un momento. — Hé, kom even.
Voy. ¿Qué pasa? — Ik kom. Wat is er?
Ayúdame con esta caja, por favor. No la levantes sola. — Help me even met deze doos. Til hem niet alleen op.
Vale. Ponla aquí y dime si pesa mucho. — Oké. Zet hem hier neer en zeg of hij zwaar is.
No te preocupes, es ligera. — Maak je geen zorgen, hij is licht.