Eén «voor», twee Spaanse woorden
Het Nederlandse «voor» valt in het Spaans uiteen in por en para. Vuistregel: para kijkt vooruit naar een doel, bestemming of ontvanger; por kijkt terug naar een oorzaak, of wijst naar de route, de ruil of het middel.
- Estudio para ser médico. — Ik studeer om arts te worden. (doel)
- Estudio por mis padres. — Ik studeer vanwege mijn ouders. (reden)
Handig: waar het Nederlands «om te» zegt, is het vrijwel altijd para; waar het «door» of «vanwege» zegt, is het vrijwel altijd por.
Para
| Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|
| doel, om te | Vengo para hablar contigo. — Ik kom om met je te praten. |
| ontvanger | Este regalo es para ti. — Dit cadeau is voor jou. |
| bestemming | Salimos para Bilbao. — We vertrekken naar Bilbao. |
| deadline | El informe es para el lunes. — Het rapport moet maandag af. |
| mening | Para mí, es demasiado caro. — Voor mij is het te duur. |
| werkgever | Trabaja para una empresa alemana. — Ze werkt voor een Duits bedrijf. |
Por
| Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|
| oorzaak, reden | No salimos por la lluvia. — We gingen niet naar buiten door de regen. |
| danken en excuses | Gracias por todo. — Bedankt voor alles. |
| door, langs, rond | Paseamos por el parque. — We wandelden door het park. |
| ruil, prijs | Lo compré por veinte euros. — Ik kocht het voor twintig euro. |
| middel | Te lo mando por correo. — Ik stuur het je per post. |
| dagdeel | Por la mañana trabajo. — 's Ochtends werk ik. |
| in plaats van | Firmo yo por ella. — Ik teken voor haar. |
| per | Cincuenta kilómetros por hora. |
| handelende persoon bij een passief | Fue escrito por Cervantes. — Het is geschreven door Cervantes. |
Vaste uitdrukkingen
Leer deze als geheel: por favor, por eso, por supuesto, por fin, por ejemplo, por cierto, por lo menos; para siempre, para nada, no es para tanto.
Een paar met verschil in betekenis
- Lo hago para ti. — Ik doe het voor jou (jij krijgt het).
- Lo hago por ti. — Ik doe het omwille van jou.
Let op als Nederlandstalige
- «Bedankt voor» is gracias por. ✗ Gracias para el regalo. / ✓ Gracias por el regalo.
- «Om te» is para, nooit por. ✗ Estudio por aprender español. / ✓ Estudio para aprender español.
- «Voor twintig euro» is een ruil. ✗ Lo compré para veinte euros. / ✓ Lo compré por veinte euros.
- «Door» loopt mooi gelijk met por. Oorzaak, route en passief: por el tráfico (door het verkeer), por el centro (door het centrum), por Cervantes (door Cervantes). Het enige verschil: het Nederlandse «door» betekent ook «via» bij een persoon, en daar zegt het Spaans vaak a través de.
Voorbeelddialoog
¿Para quién es este paquete? — Voor wie is dit pakje?
Para Marta. Se lo mando por mensajería. — Voor Marta. Ik stuur het haar met een koerier.
¿Y cuánto has pagado por el envío? — En hoeveel heb je voor de verzending betaald?
Ocho euros. Tiene que llegar para el viernes. — Acht euro. Het moet uiterlijk vrijdag aankomen.
Pues gracias por ocuparte. — Nou, bedankt dat je het regelt.