Meer, minder, even
Het Spaans plakt geen uitgang aan het bijvoeglijk naamwoord zoals het Nederlandse «-er». Het zet er een woord vóór.
| Betekenis | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| meer ... dan | más + bijv. nw. + que | Madrid es más grande que Sevilla. |
| minder ... dan | menos + bijv. nw. + que | Este piso es menos caro que el otro. |
| even ... als | tan + bijv. nw. + como | Ana es tan alta como su madre. |
| evenveel ... als | tanto/-a/-os/-as + zelfst. nw. + como | Tengo tantos libros como tú. |
| evenveel als (bij een werkwoord) | werkwoord + tanto como | Trabaja tanto como yo. |
Tan staat bij bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden; tanto staat bij zelfstandige naamwoorden en past zich daaraan aan: tanta paciencia, tantas sillas.
Onregelmatige vormen
| Bijvoeglijk naamwoord | Vergrotende trap |
|---|---|
| bueno | mejor — beter |
| malo | peor — slechter |
| grande (leeftijd) | mayor — ouder |
| pequeño (leeftijd) | menor — jonger |
- Este restaurante es mejor que el otro. — Dit restaurant is beter dan het andere.
- Mi hermana mayor vive en Bilbao. — Mijn oudere zus woont in Bilbao.
Voor afmetingen zeg je gewoon más grande en más pequeño: Mi casa es más grande que la tuya. Mayor en menor gaan over leeftijd.
De bijwoorden bien en mal gebruiken dezelfde vormen: Canta mejor que yo. — Ze zingt beter dan ik.
De overtreffende trap
Zet het bepaald lidwoord ervoor en gebruik de voor de groep.
- Es el chico más alto de la clase. — Hij is de langste jongen van de klas.
- Son las playas más bonitas del país. — Het zijn de mooiste stranden van het land.
- Es la mejor película del año. — Het is de beste film van het jaar.
De uitgang -ísimo
-ísimo betekent «heel, ontzettend». Laat de laatste klinker vallen en voeg de uitgang toe, met spellingaanpassing waar nodig.
- caro → carísimo — hartstikke duur
- rico → riquísimo — overheerlijk
- largo → larguísimo — ontzettend lang
- fácil → facilísimo — doodsimpel
Het past zich aan zoals elk bijvoeglijk naamwoord: una casa carísima, unos zapatos carísimos.
Dan + getal
Vóór een getal is «dan» de, niet que: Hay más de veinte personas. — Er zijn meer dan twintig mensen. In een ontkennende zin betekent más que «alleen maar»: No tengo más que diez euros. — Ik heb maar tien euro.
Let op als Nederlandstalige
- Geen «-er», maar más. ✗ Madrid es grander. / ✓ Madrid es más grande. Alleen mejor, peor, mayor, menor zijn losse vormen, en daar komt geen más bij: ✗ más mejor / ✓ mejor.
- «Dan» is que, behalve vóór een getal. ✗ más que veinte personas / ✓ más de veinte personas. ✗ Es más alto de mí. / ✓ Es más alto que yo.
- «Van» of «in» bij de overtreffende trap is de. Het Nederlands zegt «de duurste in de winkel». ✗ el más caro en la tienda / ✓ el más caro de la tienda.
- «Ouder» is mayor bij mensen. ✗ mi hermano más viejo is niet idiomatisch: viejo betekent «oud, bejaard». ✓ mi hermano mayor. Na que en como gebruik je de onderwerpsvorm, net als in het Nederlandse «groter dan ik»: ✓ más alta que yo.
Voorbeelddialoog
Este móvil es más caro que el otro. — Deze telefoon is duurder dan de andere.
Sí, pero la cámara es mucho mejor. — Ja, maar de camera is veel beter.
¿Y la batería dura tanto como la del mío? — En gaat de batterij net zo lang mee als die van de mijne?
Dura más de dos días. Es carísimo, pero es el mejor de la tienda. — Meer dan twee dagen. Hij is hartstikke duur, maar het is de beste van de winkel.