Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Spaanse grammatica

Basisvoorzetsels: a, en, de, con, desde, hasta (preposiciones)

Gratis les Spaanse grammatica · A1

De belangrijkste voorzetsels

Voorzetsel Belangrijkste gebruik Voorbeeld
a richting (naar), tijdstip, persoonlijke a Voy a Madrid. / a las tres
en plaats (in, op, bij), vervoermiddel Estoy en casa. / en tren
de herkomst, bezit, materiaal, inhoud Soy de Bélgica. / la casa de Ana
con met Vivo con mi hermana.
desde vanaf, sinds desde Ámsterdam / desde 2020
hasta tot, tot aan hasta mañana / hasta la plaza

Plaats of beweging: en of a?

  • en = waar je bent (geen beweging): Estoy en el trabajo. / Vivo en Valencia.
  • a = waar je heen gaat (beweging): Voy al trabajo. / Llego a Valencia a las cinco.

Het Nederlands maakt hetzelfde onderscheid met «in» en «naar», dus dit voelt vertrouwd. En dekt wel meer dan «in»: en la mesa (op tafel), en la caja (in de doos), en la parada (bij de halte).

De: van, uit

  • Herkomst: Somos de Marruecos. — Wij komen uit Marokko.
  • Bezit: el coche de mi padre — de auto van mijn vader
  • Materiaal: una mesa de madera — een houten tafel
  • Soort of inhoud: un vaso de agua (een glas water), la clase de español (de Spaanse les)
  • Van ... tot: de lunes a viernes, desde las nueve hasta las cinco

Samentrekkingen: al en del

A + el = al, en de + el = del. Andere lidwoorden trekken niet samen.

Zonder samentrekking Met samentrekking
Voy a la playa. Voy al parque.
Vengo de la oficina. Vengo del médico.

Een naam met El erin trekt in geschreven taal niet samen: Viajo a El Salvador.

Conmigo, contigo

Na een voorzetsel gebruik je en ti: para , de ti, a . Met con zijn er aparte vormen:

  • conmigo — met mij: ¿Vienes conmigo?
  • contigo — met jou: Voy contigo.
  • De andere personen zijn regelmatig: con él, con ella, con usted, con nosotros.

Let op als Nederlandstalige

  • «Aankomen in» is llegar a. Het Nederlands zegt «in Madrid aankomen», maar llegar is een beweging en krijgt a. ✗ Llego en Madrid a las seis. / ✓ Llego a Madrid a las seis.
  • Samengestelde woorden bestaan niet zo. «Houten tafel», «Spaanse les» en «waterglas» worden zelfstandig naamwoord + de + zelfstandig naamwoord. ✗ una madera mesa / ✓ una mesa de madera. ✗ el español profesor / ✓ el profesor de español.
  • Andere voorzetsels na bekende werkwoorden. «Denken aan» is pensar en, «dromen van» is soñar con. ✗ Pienso a ti. / ✓ Pienso en ti.Sueño de ti. / ✓ Sueño contigo.
  • «Met mij» en «met jou».con mí, con tú / ✓ conmigo, contigo. Ook «Maria's auto» bestaat niet: ✓ el coche de María.

Voorbeelddialoog

¿De dónde vienes? — Waar kom je vandaan?
Vengo del gimnasio. Ahora voy al supermercado. — Ik kom van de sportschool. Nu ga ik naar de supermarkt.
¿Puedo ir contigo? Necesito una botella de aceite. — Mag ik met je mee? Ik heb een fles olie nodig.
Claro. Está abierto hasta las diez. — Natuurlijk. Hij is open tot tien uur.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Spaanse grammatica