Drie afstanden
Het Nederlands heeft twee afstanden: «deze/dit» en «die/dat». Het Spaans heeft er drie:
| Afstand | Aanwijzend woord | Plaatswoord |
|---|---|---|
| dicht bij de spreker | este (deze, dit) | aquí (hier) |
| bij de luisteraar, of iets verder weg | ese (die, dat) | ahí (daar) |
| ver van allebei | aquel (die daar) | allí (daarginds) |
- Este bolso es mío. — Deze tas is van mij. (ik houd hem vast)
- ¿Me das ese libro? — Geef je me dat boek? (het ligt bij jou)
- Aquel edificio es el hospital. — Dat gebouw daarginds is het ziekenhuis.
In het dagelijks leven hoor je ese veel vaker dan aquel. Aquel klinkt verder weg, in ruimte of in tijd: en aquella época (in die tijd).
De vormen
Aanwijzende woorden passen zich aan in geslacht en getal.
| Mannelijk enk. | Vrouwelijk enk. | Mannelijk mv. | Vrouwelijk mv. | |
|---|---|---|---|---|
| deze / dit | este | esta | estos | estas |
| die / dat | ese | esa | esos | esas |
| die daar | aquel | aquella | aquellos | aquellas |
Let op de mannelijke enkelvoudsvormen: este, ese (niet esto, eso) en aquel (zonder -o).
Zelfstandig gebruikt
Dezelfde vormen kunnen ook los staan, in plaats van een zelfstandig naamwoord:
- ¿Qué camisa prefieres, esta o esa? — Welk overhemd vind je mooier, dit of dat?
- Mis zapatos son aquellos. — Mijn schoenen zijn die daar.
Oudere teksten schrijven deze vormen met accent (éste, ésa). Volgens de huidige spellingregels hoeft dat niet.
Onzijdig: esto, eso, aquello
Esto, eso en aquello staan nooit vóór een zelfstandig naamwoord. Ze verwijzen naar iets onbekends, een idee of een situatie:
- ¿Qué es esto? — Wat is dit? (je weet niet wat het is)
- Eso es verdad. — Dat klopt.
- No entiendo eso. — Dat begrijp ik niet.
- Aquello fue terrible. — Dat (hele gebeuren) was verschrikkelijk.
Plaatswoorden
| Betekenis | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| aquí | hier | Vivo aquí. |
| ahí | daar (bij jou) | Deja la maleta ahí. |
| allí | daarginds | El museo está allí. |
In Latijns-Amerika hoor je ook vaak acá (hier) en allá (daarginds).
Let op als Nederlandstalige
- «Dit» en «dat» zijn niet automatisch onzijdig. Het Nederlandse «dit huis» voelt onzijdig, maar het Spaanse woord bepaalt de vorm. ✗ esto coche / ✓ este coche. ✗ eso casa / ✓ esa casa.
- Het voegwoord «dat» is que. «Ik denk dat hij gelijk heeft» krijgt geen aanwijzend woord. ✗ Pienso eso tiene razón. / ✓ Pienso que tiene razón.
- Onbekende dingen zijn onzijdig. Hier lijkt het Nederlands op het Spaans: «Wat is dit?» gebruikt het neutrale «dit», en het Spaans ook. ✗ ¿Qué es este? / ✓ ¿Qué es esto?
- Geen aparte vorm voor «deze» en «dit». Het Nederlands kiest op basis van de- of het-woord; het Spaans kijkt naar mannelijk of vrouwelijk en enkelvoud of meervoud. ✗ estes libros / ✓ estos libros.
Voorbeelddialoog
¿Cuánto cuesta esta chaqueta? — Hoeveel kost deze jas?
Esa cuesta sesenta euros. — Die kost zestig euro.
¿Y aquellos pantalones del escaparate? — En die broek daar in de etalage?
Aquellos están rebajados. Eso sí es una oferta. — Die is afgeprijsd. Dat is nog eens een koopje.