Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Spaanse grammatica

Meervoud en congruentie van bijvoeglijke naamwoorden (plural y concordancia)

Gratis les Spaanse grammatica · A1

Het meervoud van zelfstandige naamwoorden

Enkelvoud eindigt op Regel Voorbeeld
een klinker -s erbij la casa → las casas, el coche → los coches
een medeklinker -es erbij el hotel → los hoteles, la ciudad → las ciudades
-z z → c + -es el lápiz → los lápices, la vez → las veces
beklemtoonde -í / -ú meestal -es el iraní → los iraníes
onbeklemtoonde klinker + -s geen verandering el lunes → los lunes, la crisis → las crisis

Let op het accentteken. Er komt een lettergreep bij, dus het accent verdwijnt of verschijnt:

  • la canción → las canciones (accent verdwijnt)
  • el joven → los jóvenes (accent verschijnt)
  • el autobús → los autobuses

Een mannelijk meervoud kan een gemengde groep aanduiden: los hermanos = broers, of broers en zussen. Los padres = de ouders.

Het bijvoeglijk naamwoord past zich aan

Een bijvoeglijk naamwoord neemt het geslacht en het getal van zijn zelfstandig naamwoord over, ook als het achter ser of estar staat.

Enkelvoud Meervoud
Op -o (mannelijk) un chico alto unos chicos altos
Op -o (vrouwelijk) una chica alta unas chicas altas
Op -e (beide) un libro interesante, una clase interesante libros / clases interesantes
Op een medeklinker (beide) un examen fácil, una pregunta fácil exámenes / preguntas fáciles

Nationaliteiten op een medeklinker krijgen wél -a: un hombre español, una mujer española; un chico holandés, una chica holandesa.

Bij een mengeling van mannelijke en vrouwelijke woorden wint het mannelijk meervoud: El padre y la madre están cansad*os.*

Plaats: meestal achter het zelfstandig naamwoord

Beschrijvende bijvoeglijke naamwoorden staan normaal achter het woord:

  • una casa blanca — een wit huis
  • un coche nuevo — een nieuwe auto
  • la comida italiana — het Italiaanse eten

Een handjevol veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden staat vaak ervoor, en sommige worden dan korter:

Bijvoeglijk naamwoord Vóór een mannelijk enkelvoud Voorbeeld
bueno buen un buen día
malo mal un mal momento
grande gran (vóór elk enkelvoud) una gran ciudad
primero / tercero primer / tercer el primer piso

De vrouwelijke en meervoudsvormen korten niet in: una buena idea, unos buenos amigos.

Grande verandert van betekenis met de plaats: un hombre grande (een grote man), un gran hombre (een groot man, iemand van formaat).

Let op als Nederlandstalige

  • Het bijvoeglijk naamwoord staat achter het woord. Het Nederlands zet het er altijd voor. ✗ una blanca casa / ✓ una casa blanca. ✗ el italiano restaurante / ✓ el restaurante italiano.
  • Ook in het meervoud komt er een -s bij. Het Nederlands markeert het meervoud alleen op het zelfstandig naamwoord («interessante boeken»). ✗ los libros interesante / ✓ los libros interesantes.
  • Na zijn verandert het Nederlandse bijvoeglijk naamwoord nooit, het Spaanse wel. «Mijn zus is lang», «De huizen zijn wit»: in het Spaans krijgt het woord daar wél een uitgang. ✗ Mi hermana es alto. / ✓ Mi hermana es alt*a.* ✗ Las casas son blanco. / ✓ Las casas son blanc*as.*
  • Nationaliteiten met een kleine letter. Het Nederlands schrijft «een Spaanse vrouw» met hoofdletter, het Spaans niet. ✗ una chica Holandesa / ✓ una chica holandesa.

Voorbeelddialoog

¿Cómo son tus compañeros nuevos? — Hoe zijn je nieuwe klasgenoten?
Son muy simpáticos. Hay dos chicas francesas y un chico alemán. — Ze zijn heel aardig. Er zijn twee Franse meisjes en een Duitse jongen.
¿Y las clases? — En de lessen?
Son difíciles, pero la profesora es una gran persona. — Die zijn moeilijk, maar de docente is een fantastisch mens.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Spaanse grammatica