Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Duitse grammatica

Bijzinnen (weil, dass, wenn, ob)

Gratis les Duitse grammatica · A2

Het werkwoord gaat naar het eind

Een bijzin (Nebensatz) begint met een onderschikkend voegwoord en stuurt het vervoegde werkwoord helemaal naar achteren. Tot zover is het net het Nederlands. Nieuw is alleen de komma: die staat in het Duits altijd tussen hoofdzin en bijzin.

  • Ich bleibe zu Hause, weil ich krank bin. — Ik blijf thuis omdat ik ziek ben.
  • Ich weiß, dass du Recht hast. — Ik weet dat je gelijk hebt.
  • Ich frage, ob der Kurs morgen stattfindet. — Ik vraag of de cursus morgen doorgaat.

De vier voegwoorden

Voegwoord Nederlands Voorbeeld
weil omdat Er schläft, weil er müde ist.
dass dat Sie glaubt, dass es regnet.
wenn als, telkens wanneer Wenn ich Zeit habe, lese ich.
ob of (in een indirecte vraag) Ich weiß nicht, ob er kommt.

obwohl (hoewel) en da (aangezien) werken hetzelfde.

wenn, als of wann?

Het Nederlandse «als» en «toen» verdelen zich in het Duits anders:

Duits Gebruik Voorbeeld
wenn voorwaarde, of iets wat zich herhaalt Wenn es regnet, bleiben wir zu Hause. — Als het regent, blijven we thuis.
als één gebeurtenis in het verleden («toen») Als ich klein war, wohnten wir in Bremen. — Toen ik klein was, woonden we in Bremen.
wann vraagwoord Ich weiß nicht, wann er kommt. — Ik weet niet wanneer hij komt.

Meer dan één werkwoord aan het eind

Staan er twee werkwoorddelen, dan komt het vervoegde deel helemaal achteraan en het andere deel er vlak voor. Juist hier wijkt het Duits van het Nederlands af.

Hoofdzin Bijzin Nederlands
Ich muss morgen arbeiten. ..., weil ich morgen arbeiten muss. omdat ik morgen moet werken
Ich bin zu spät aufgestanden. ..., weil ich zu spät aufgestanden bin. omdat ik te laat ben opgestaan
Der Zug kommt um neun an. ..., dass der Zug um neun ankommt. dat de trein om negen uur aankomt

Een scheidbaar werkwoord groeit aan het eind van een bijzin weer aan elkaar, precies als in het Nederlands.

Bij een dubbele infinitief doet het Duits iets bijzonders: het hulpwerkwoord springt naar vóór de twee infinitieven, en die staan in de omgekeerde volgorde van het Nederlands: ..., dass ich habe kommen können. — dat ik heb kunnen komen.

Bijzin vooraan

De hele bijzin kan op plaats 1 staan. Dan komt het werkwoord van de hoofdzin meteen na de komma, vóór zijn onderwerp. Ook dat ken je uit het Nederlands.

  • Wenn das Wetter gut ist, gehen wir spazieren. — Als het weer goed is, gaan we wandelen.
  • Weil ich kein Auto habe, fahre ich mit dem Bus. — Omdat ik geen auto heb, ga ik met de bus.

Let op als Nederlandstalige

  • Het Nederlands laat twee volgordes toe («dat ik moet werken» én «dat ik werken moet»), het Duits maar één: het vervoegde werkwoord staat helemaal achteraan: ✗ ..., weil ich muss arbeiten. / ✓ ..., weil ich arbeiten muss.
  • Bij een dubbele infinitief staan de twee infinitieven in omgekeerde volgorde: ✗ ..., dass ich habe können kommen. / ✓ ..., dass ich habe kommen können.
  • «Toen» in het verleden is als, niet wenn: ✗ Wenn ich klein war, wohnten wir in Bremen. / ✓ Als ich klein war, ...
  • De komma is verplicht, ook als de bijzin kort is: ✗ Ich bleibe zu Hause weil ich krank bin. / ✓ Ich bleibe zu Hause, weil ich krank bin.

Voorbeelddialoog

Warum kommst du nicht mit ins Kino? — Waarom ga je niet mee naar de bioscoop?
Weil ich morgen früh arbeiten muss. — Omdat ik morgen vroeg moet werken.
Weißt du, ob Sara Zeit hat? — Weet je of Sara tijd heeft?
Sie hat gesagt, dass sie erst um acht fertig wird. — Ze zei dat ze pas om acht uur klaar is.
Gut, wenn sie später kommt, warten wir einfach. — Goed, als ze later komt, wachten we gewoon.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Duitse grammatica