Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Duitse grammatica

Uitgangen van het bijvoeglijk naamwoord (Adjektivendungen)

Gratis les Duitse grammatica · A2

Alleen vóór een zelfstandig naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord krijgt alleen een uitgang als het vóór een zelfstandig naamwoord staat. Na sein, werden en bleiben blijft het kaal. Dat deel ken je uit het Nederlands.

  • Das Auto ist neu. — De auto is nieuw.
  • Ich habe ein neues Auto. — Ik heb een nieuwe auto.

Welke uitgang je nodig hebt, hangt af van geslacht, naamval en van wat ervóór staat. Het Nederlands heeft één uitgang (-e) en één uitzondering («een klein huis»); het Duits heeft drie tabellen.

Na der, die, das (zwakke uitgangen)

Ook na dieser, jeder, welcher, alle. Het lidwoord laat geslacht en naamval al zien, dus het bijvoeglijk naamwoord heeft genoeg aan -e of -en.

Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Nominatief der neu*e Wagen* die neu*e Lampe* das neu*e Auto* die neu*en Autos*
Accusatief den neu*en Wagen* die neu*e Lampe* das neu*e Auto* die neu*en Autos*
Datief dem neu*en Wagen* der neu*en Lampe* dem neu*en Auto* den neu*en Autos*

Vijf keer -e linksboven, en verder overal -en.

Na ein, kein, mein (gemengde uitgangen)

ein laat in drie vakjes niets zien: mannelijk nominatief, en onzijdig nominatief en accusatief. Daar neemt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang van het bepaalde lidwoord over: -er of -es. De rest is gelijk aan de tabel hierboven.

Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Nominatief ein neu*er Wagen* eine neu*e Lampe* ein neu*es Auto* keine neu*en Autos*
Accusatief einen neu*en Wagen* eine neu*e Lampe* ein neu*es Auto* keine neu*en Autos*
Datief einem neu*en Wagen* einer neu*en Lampe* einem neu*en Auto* keinen neu*en Autos*

Let op het vakje onzijdig na ein: het Nederlands zegt juist daar «een klein huis» zonder -e, terwijl het Duits ein klein*es Haus* nodig heeft.

Helemaal zonder lidwoord (sterke uitgangen)

Komt vaak voor bij eten, drinken en ontelbare dingen. Nu moet het bijvoeglijk naamwoord de naamval in zijn eentje laten zien en kopieert het de uitgang van der/die/das.

Naamval Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Nominatief gut*er Wein* frisch*e Milch* kalt*es Wasser* kalt*e Getränke*
Accusatief gut*en Wein* frisch*e Milch* kalt*es Wasser* kalt*e Getränke*
Datief gut*em Wein* frisch*er Milch* kalt*em Wasser* kalt*en Getränken*
  • Ich trinke gern kaltes Wasser. — Ik drink graag koud water.

Drie woorden die hun stam veranderen

teuer verliest de tweede e: ein teures Auto. hoch wordt hoh-: ein hohes Haus. dunkel verliest zijn e: ein dunkles Zimmer.

Let op als Nederlandstalige

  • De Nederlandse regel «altijd -e» is een goed beginpunt, maar veel te grof: ✗ ein neue Auto / ✓ ein neues Auto.
  • Juist waar het Nederlands géén uitgang zet, zet het Duits er wel een: «een klein huis» is ein klein*es Haus*, «een groot glas» is ein groß*es Glas*.
  • Na sein, werden en bleiben blijft het woord kaal, net als in het Nederlands. Voeg daar dus niets toe: ✗ Das Zimmer ist kleines. / ✓ Das Zimmer ist klein.
  • In het meervoud is het na mein, dein, kein altijd -en, waar het Nederlands gewoon -e heeft: ✗ meine neue Schuhe / ✓ meine neuen Schuhe.

Voorbeelddialoog

Ich suche einen warmen Mantel für den Winter. — Ik zoek een warme jas voor de winter.
Wir haben diesen blauen hier, aus dicker Wolle. — We hebben deze blauwe hier, van dikke wol.
Haben Sie ihn auch in einer kleineren Größe? — Heeft u hem ook in een kleinere maat?
Ja, mit dem kurzen Kragen. Das ist das letzte Stück. — Ja, met de korte kraag. Dat is het laatste exemplaar.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Duitse grammatica