Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Duitse grammatica

Het meervoud (Plural)

Gratis les Duitse grammatica · A1

Veel uitgangen, één lidwoord

Het Nederlands heeft in de praktijk twee meervoudsuitgangen, -en en -s. Het Duits heeft er vijf (-e, -er, -(e)n, -s en geen uitgang), en vaak komt daar nog een umlaut (ä, ö, ü) bij. Het goede nieuws: in het meervoud is het lidwoord altijd die, net zoals het Nederlands daar altijd «de» gebruikt.

  • der Stuhldie Stühle
  • die Lampedie Lampen
  • das Kinddie Kinder

De belangrijkste patronen

Patroon Enkelvoud Meervoud
-e der Tag, das Jahr, der Hund die Tage, die Jahre, die Hunde
umlaut + -e der Stuhl, die Stadt, die Hand die Stühle, die Städte, die Hände
-er das Kind, das Bild die Kinder, die Bilder
umlaut + -er das Haus, das Buch, der Mann die Häuser, die Bücher, die Männer
-n / -en die Lampe, die Frau, die Zeitung die Lampen, die Frauen, die Zeitungen
-nen (na -in) die Lehrerin die Lehrerinnen
-s das Auto, das Handy, das Hotel die Autos, die Handys, die Hotels
geen uitgang der Lehrer, das Zimmer, das Mädchen die Lehrer, die Zimmer, die Mädchen
alleen umlaut der Vater, die Mutter, der Apfel die Väter, die Mütter, die Äpfel

Bruikbare tendensen

Geen wetten, maar ze kloppen meestal:

  • Vrouwelijke woorden krijgen bijna altijd -(e)n: die Tasche → Taschen, die Wohnung → Wohnungen, die Tür → Türen.
  • Mannelijke en onzijdige woorden op -er, -el, -en krijgen meestal niets, soms een umlaut: der Koffer → Koffer, der Schlüssel → Schlüssel, der Garten → Gärten.
  • Woorden op -chen en -lein veranderen nooit: das Brötchen → Brötchen.
  • Korte mannelijke woorden krijgen vaak -e, meestal met umlaut: der Arzt → Ärzte, der Zug → Züge.
  • Leenwoorden en woorden op een andere klinker dan -e krijgen -s: das Foto → Fotos, das Sofa → Sofas.

Omdat geen regel alles dekt, leer je elk woord als een drietal: der Tisch, die Tische. In een woordenboek staat dat als Tisch, der, -e of Buch, das, ¨-er.

Enkelvoud of meervoud?

Woorden als die Brille (de bril) en die Hose (de broek) zijn in het Duits enkelvoud, precies als in het Nederlands: Die Brille ist neu. — De bril is nieuw. Bij prijzen blijven Euro en Cent onveranderd: zwei Euro fünfzig.

Let op als Nederlandstalige

  • De Nederlandse -en is geen betrouwbare gids: boeken is die Bücher, huizen is die Häuser. ✗ die Buchen / ✓ die Bücher
  • De Nederlandse -s werkt in het Duits alleen bij leenwoorden: ✗ die Tischs / ✓ die Tische, maar wel ✓ die Autos.
  • De umlaut hoort bij het meervoud en is geen versiering: ✗ zwei Bruder / ✓ zwei Brüder.
  • Woorden op -er en -el krijgen vaak helemaal niets, terwijl het Nederlands er -en of -s bij zet: ✗ die Lehrern / ✓ die Lehrer; alleen het lidwoord laat het meervoud zien.

Voorbeelddialoog

Wie viele Zimmer hat die Wohnung? — Hoeveel kamers heeft het appartement?
Drei Zimmer, eine Küche und zwei Bäder. — Drie kamers, een keuken en twee badkamers.
Und die Kinder? Haben sie eigene Zimmer? — En de kinderen? Hebben die een eigen kamer?
Ja, die zwei Jungen teilen sich ein Zimmer, und die Mädchen haben jeweils ein eigenes. — Ja, de twee jongens delen een kamer, en de meisjes hebben elk een eigen kamer.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Duitse grammatica