Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Duitse grammatica

Konjunktiv II: würde, hätte, wäre en wensen

Gratis les Duitse grammatica · B1

Waarvoor je hem gebruikt

Konjunktiv II dekt alles wat niet echt is: beleefde verzoeken, wensen, adviezen en voorwaarden die niet vervuld zijn. Het Nederlands doet dat met «zou», «had» en «was»; het Duits heeft er aparte vormen voor, meestal herkenbaar aan een umlaut. Vier werkwoorden doen het meeste werk.

Persoon haben sein werden können
ich hätte wäre würde könnte
du hättest wärst würdest könntest
er / sie / es hätte wäre würde könnte
wir hätten wären würden könnten
ihr hättet wärt würdet könntet
sie / Sie hätten wären würden könnten

De andere modale werkwoorden volgen hetzelfde patroon: müsste, dürfte, sollte, möchte, plus wüsste van wissen.

würde + infinitief voor alle andere werkwoorden

De eenwoordvormen van gewone werkwoorden (ginge, käme, führe) klinken tegenwoordig boekachtig. In gewone taal gebruik je würde + infinitief aan het eind, precies zoals «zou ... komen».

  • Ich würde gern nach Japan fahren. — Ik zou graag naar Japan gaan.
  • Was würdest du an meiner Stelle machen? — Wat zou jij in mijn plaats doen?

Maar de korte vormen van haben, sein, wissen en de modale werkwoorden blijf je gebruiken: Ich hätte gern einen Kaffee, niet ich würde haben.

Beleefde verzoeken en adviezen

Direct Beleefd
Können Sie mir helfen? Könnten Sie mir helfen?
Schließen Sie das Fenster. Würden Sie bitte das Fenster schließen?
Ich will die Rechnung. Ich hätte gern die Rechnung.
Geh zum Arzt. Du solltest zum Arzt gehen.

Onvervulde voorwaarden

De wenn-zin krijgt hätte / wäre / könnte, de hoofdzin meestal würde.

  • Wenn ich Zeit hätte, würde ich mitkommen. — Als ik tijd had, zou ik meegaan.
  • Wenn ich reich wäre, würde ich nicht mehr arbeiten. — Als ik rijk was, zou ik niet meer werken.

Wensen werken hetzelfde: Wenn ich nur mehr Zeit hätte! — Had ik maar meer tijd!

Het verleden: hätte of wäre + Partizip II

Voor iets wat niet gebeurd is, zet je hätte of wäre in de Konjunktiv II en voeg je het voltooid deelwoord toe.

  • Wenn ich das gewusst hätte, wäre ich früher gekommen. — Als ik dat geweten had, was ik eerder gekomen.
  • Du hättest mich anrufen sollen. — Je had me moeten bellen.

Let op als Nederlandstalige

  • Het verschil tussen de verleden tijd en de Konjunktiv II zit vaak alleen in de umlaut, en die kent het Nederlands niet: «Als ik tijd had» is Wenn ich Zeit hätte: ✗ Wenn ich Zeit hatte, würde ich kommen. / ✓ Wenn ich Zeit hätte, würde ich kommen.
  • Hetzelfde geldt voor konnte / könnte en musste / müsste: ✗ Gestern könnte ich nicht kommen. / ✓ Gestern konnte ich nicht kommen.
  • «Als ik tijd zou hebben» kan in het Nederlands. Wenn ich Zeit haben würde is in het Duits niet fout, maar bij haben, sein en de modale werkwoorden klinkt het omslachtig. Kies de korte vorm: Wenn ich Zeit hätte, ...
  • «Je had me moeten bellen» zet het modale werkwoord in het Duits helemaal achteraan: ✗ Du hättest sollen mich anrufen. / ✓ Du hättest mich anrufen sollen.

Voorbeelddialoog

Könnten Sie mir kurz helfen? — Zou u me even kunnen helpen?
Natürlich. Was hätten Sie gern? — Natuurlijk. Wat zou u willen?
Wenn es möglich wäre, würde ich den Termin verschieben. — Als het mogelijk was, zou ik de afspraak verzetten.
Das ginge am Donnerstag. Sie hätten mich früher anrufen sollen. — Donderdag zou kunnen. U had me eerder moeten bellen.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Duitse grammatica