Het Spaans vermijdt de lijdende vorm
Waar het Nederlands zegt «Hier worden huizen verkocht» of «Er wordt gezegd dat...», gebruikt het Spaans meestal se met een actief werkwoord. De echte lijdende vorm met ser bestaat, maar zie je vooral in krantentaal en formele teksten.
Passief se
Het ding waar het om gaat blijft grammaticaal onderwerp, en het werkwoord past zich daaraan aan.
| Enkelvoud | Meervoud |
|---|---|
| Se vende un piso. — Appartement te koop. | Se venden pisos. — Appartementen te koop. |
| Se busca camarero. — Ober gezocht. | Se buscan camareros. — Obers gezocht. |
| Se habla español. — Hier wordt Spaans gesproken. | Se hablan tres idiomas. — Er worden drie talen gesproken. |
Dit is de constructie van winkelborden en advertenties. Wie de handeling uitvoert, wordt niet genoemd en kan ook niet worden toegevoegd.
Onpersoonlijk se
Zonder enig bepaald onderwerp blijft het werkwoord enkelvoud. Het komt overeen met het Nederlandse «men», «je» of «er wordt».
- Aquí se vive muy bien. — Hier woon je heel prettig.
- En España se cena muy tarde. — In Spanje eet men heel laat.
- ¿Cómo se dice esto en español? — Hoe zeg je dit in het Spaans?
- No se puede fumar aquí. — Je mag hier niet roken.
Is het voorwerp een bepaalde persoon, dan komt er a bij en blijft het werkwoord enkelvoud: Se ayudó a los vecinos. — De buren werden geholpen.
Nog een alledaagse mogelijkheid
De derde persoon meervoud zonder onderwerp doet hetzelfde, vooral in de spreektaal, zoals het Nederlandse «ze»:
- Dicen que va a subir el precio. — Ze zeggen dat de prijs omhooggaat.
- Me robaron el móvil. — Mijn telefoon is gestolen.
Ser en estar met een voltooid deelwoord
| Constructie | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ser + deelwoord | de handeling zelf, vaak met por | La ley fue aprobada por el parlamento. — De wet werd door het parlement aangenomen. |
| estar + deelwoord | de toestand die het resultaat is | La tienda está cerrada. — De winkel is dicht. |
Het deelwoord past zich in beide gevallen aan: Las cartas fueron enviadas. / Las ventanas están abiertas.
Dit lijkt op het Nederlandse verschil tussen «worden» en «zijn»: La puerta fue cerrada por el conserje (de deur werd door de conciërge dichtgedaan) tegenover La puerta está cerrada (de deur is dicht).
Let op als Nederlandstalige
- Niet elke «worden»-zin met ser vertalen. De Nederlandse lijdende vorm is heel gewoon; de Spaanse met ser klinkt stijf. ✗ Aquí es hablado español. / ✓ Aquí se habla español. ✗ Es dicho que es rico. / ✓ Se dice que es rico.
- Het werkwoord volgt het meervoud. Het Nederlandse «er wordt» is vast enkelvoud in «er wordt gebouwd», maar bij een meervoudig onderwerp moet se meeveranderen. ✗ Se vende pisos. / ✓ Se venden pisos.
- «Men» is meestal se. Uno bestaat (uno nunca sabe), maar klinkt persoonlijker, alsof je vooral over jezelf praat. Voor een algemene uitspraak is se het gewone equivalent: ✓ En España se cena tarde.
- «Is gesloten» is estar. Voor een toestand gebruik je estar, precies waar het Nederlands «zijn» zegt en niet «worden». ✗ La tienda es cerrada los domingos. / ✓ La tienda está cerrada los domingos.
Voorbeelddialoog
¿Se puede pagar con tarjeta? — Kan ik met de pinpas betalen?
Sí, aquí se aceptan todas. — Ja, we accepteren ze allemaal.
Vi el cartel de fuera: se busca dependiente. — Ik zag het bordje buiten: verkoper gezocht.
Sí, se necesitan dos personas para el verano. — Ja, we hebben twee mensen nodig voor de zomer.
¿Y hasta cuándo está abierto el plazo? — En tot wanneer kun je reageren?