De makkelijkste tijd van het Perzisch
Neem de infinitief, haal de laatste ـن eraf, en je hebt de verledentijdsstam. Zet de uitgangen erachter. Er is geen onderscheid tussen sterke en zwakke werkwoorden zoals in het Nederlands ("liep" tegenover "werkte"), en geen enkele uitzondering.
رفتن (gaan) → stam رفت:
| Persoon | Vorm | Uitspraak |
|---|---|---|
| من | رفتم | raftam |
| تو | رفتی | rafti |
| او | رفت | raft |
| ما | رفتیم | raftim |
| شما | رفتید | raftid |
| آنها | رفتند | raftand |
De derde persoon enkelvoud heeft geen uitgang: de kale stam is de hele vorm.
Meer stammen
| Infinitief | Verledentijdsstam | "ik ..." |
|---|---|---|
| خوردن (eten) | خورد | خوردم |
| دیدن (zien) | دید | دیدم |
| کردن (doen) | کرد | کردم |
| گفتن (zeggen) | گفت | گفتم |
| بودن (zijn) | بود | بودم |
| شدن (worden) | شد | شدم |
| نوشتن (schrijven) | نوشت | نوشتم |
Ontkenning en vragen
Zet نـ ervoor: نرفتم، نخوردم، ندیدیم. Een vraag heeft geen extra woord en geen andere volgorde nodig, alleen intonatie:
- دیروز به بازار رفتی؟ — Ben je gisteren naar de markt gegaan?
- نه، نرفتم. — Nee, ik ben niet gegaan.
Bij samengestelde werkwoorden krijgt alleen het werkwoordsdeel de uitgang: کار کردم (ik werkte), تلفن زدم (ik belde), یاد گرفتیم (we leerden), تلفن نزدم (ik belde niet).
Waarvoor je hem gebruikt
Afgeronde handelingen in het verleden, meestal met een tijdswoord: دیروز، پارسال، هفتهٔ پیش، دو سال پیش.
- پارسال به ایران رفتم. — Vorig jaar ben ik naar Iran gegaan.
- ساعت ۸ بیدار شدم و صبحانه خوردم. — Ik werd om acht uur wakker en heb ontbeten.
Let op als Nederlandstalige
- Over een afgeronde gebeurtenis zeg je in het Nederlands meestal "ik heb gegeten" of "ik ben gegaan". Het Perzisch gebruikt daar gewoon de verleden tijd, zeker met een tijdswoord als "gisteren": دیروز غذا خوردم. — Ik heb gisteren gegeten. De voltooide tijd (les 25) heeft een smallere taak.
- Er is geen hulpwerkwoord "zijn" of "hebben": ✗ دیروز هستی رفتی؟ / ✓ دیروز رفتی؟
- De derde persoon krijgt geen uitgang, ook niet naar analogie van "hij werkt-e": ✗ او رفتد. / ✓ او رفت.
- Gebruik de verledentijdsstam, niet de tegenwoordigetijdsstam: ✗ بینم voor "ik zag" / ✓ دیدم.
Voorbeelddialoog
دیشب کجا بودی؟ — Waar was je gisteravond?
خانه بودم، یک فیلم دیدم. — Thuis, ik heb een film gekeken.
چرا زنگ نزدی؟ — Waarom heb je niet gebeld?
دیر شد و خوابیدم. — Het werd laat en ik ben gaan slapen.