Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Perzische grammatica

Samengestelde werkwoorden (فعل مرکب)

Gratis les Perzische grammatica · A2

De meeste Perzische werkwoorden bestaan uit twee woorden

Het Perzisch maakt nauwelijks nog nieuwe enkelvoudige werkwoorden. Het combineert een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord met een klein aantal "lichte" werkwoorden. Het naamwoord draagt de betekenis, het werkwoord de grammatica. Waar het Nederlands één werkwoord heeft (werken, bellen, leren), heeft het Perzisch er dus vaak twee woorden voor.

Samenstelling Delen Nederlands
کار کردن werk + doen werken
صحبت کردن gesprek + doen praten
تلفن زدن telefoon + slaan bellen
حرف زدن woord + slaan praten
یاد گرفتن herinnering + nemen leren
گوش دادن oor + geven luisteren
دوست داشتن vriend + hebben houden van
تمام شدن af + worden aflopen, klaar zijn
سرما خوردن kou + eten verkouden worden

Alleen het werkwoordsdeel verandert

Het naamwoord blijft in elke tijd en persoon precies gelijk:

  • من هر روز کار می‌کنم. — Ik werk elke dag.
  • دیروز کار کردم. — Gisteren heb ik gewerkt.
  • فردا کار خواهم کرد. — Morgen zal ik werken.
  • ما یاد گرفته‌ایم. — Wij hebben het geleerd.

Ook voorvoegsels komen op het werkwoordsdeel, nooit vóór het naamwoord: کار نمی‌کنم (ik werk niet), صبر کن (wacht), تلفن نزدم (ik heb niet gebeld). In de aanvoegende en gebiedende wijs laten samengestelde werkwoorden بـ meestal weg: کار کنم.

کردن of شدن

Hetzelfde naamwoord krijgt کردن als iemand iets doet, en شدن als het vanzelf gebeurt. Het Nederlands kent dit verschil ook: "de deur opendoen" tegenover "de deur gaat open".

Overgankelijk (کردن) Onovergankelijk (شدن)
در را باز کردم. — Ik deed de deur open. در باز شد. — De deur ging open.
کار را تمام کردم. — Ik heb het werk afgemaakt. کار تمام شد. — Het werk is af.
کلید را گم کردم. — Ik ben de sleutel kwijtgeraakt. کلید گم شد. — De sleutel is zoekgeraakt.

Het naamwoorddeel is geen lijdend voorwerp. Een echt voorwerp staat vóór de hele eenheid, met را als het bepaald is: در را باز کردم. Een persoonlijk achtervoegsel komt aan het naamwoorddeel: صدایش کردم (ik riep hem), دوستش دارم (ik vind het leuk).

Let op als Nederlandstalige

  • Een Nederlands scheidbaar werkwoord splitst in de hoofdzin ("ik doe de deur open"). Een Perzisch samengesteld werkwoord blijft bij elkaar aan het eind, en een tijdswoord komt ervóór: ✗ کار هر روز می‌کنم. / ✓ هر روز کار می‌کنم.
  • Vervoeg nooit het naamwoord: ✗ کارم می‌کنم. / ✓ کار می‌کنم.
  • Het lichte werkwoord hoort bij de uitdrukking. "Leren" is یاد گرفتن, niet یاد کردن (dat is "vermelden, gedenken"): ✗ فارسی یاد می‌کنم. / ✓ فارسی یاد می‌گیرم.
  • De ontkenning gaat op het werkwoordsdeel: ✗ نکار می‌کنم. / ✓ کار نمی‌کنم.

Voorbeelddialoog

با کی حرف می‌زدی؟ — Met wie was je aan het praten?
به مادرم تلفن زدم. — Ik heb mijn moeder gebeld.
کارت تمام شد؟ — Is je werk af?
نه، هنوز تمامش نکرده‌ام. — Nee, ik heb het nog niet afgemaakt.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Perzische grammatica