De vorm
Neem de gebiedende wijs en zet de persoonsuitgangen erachter. Het is de tegenwoordige tijd met بـ in plaats van می.
| Persoon | رفتن | خوردن | کردن |
|---|---|---|---|
| من | بروم | بخورم | بکنم |
| تو | بروی | بخوری | بکنی |
| او | برود | بخورد | بکند |
| ما | برویم | بخوریم | بکنیم |
| شما | بروید | بخورید | بکنید |
| آنها | بروند | بخورند | بکنند |
De ontkenning vervangt بـ: نروم، نخوری، نکنند.
Twee werkwoorden zijn onregelmatig: بودن geeft باشم، باشی، باشد..., en داشتن gebruikt het deelwoord: داشته باشم.
Wanneer je hem nodig hebt
Het Nederlands heeft geen levende aanvoegende wijs meer (op vaste resten als "leve de koning" na). Waar het Nederlands een infinitief ("ik wil slapen") of een gewone dat-zin ("ik wil dat je gaat") gebruikt, zet het Perzisch deze vorm.
| Aanleiding | Voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|
| باید | باید بروم. | Ik moet gaan. |
| میخواهم | میخواهم بخوابم. | Ik wil slapen. |
| میتوانم | میتوانی بیایی؟ | Kun je komen? |
| شاید | شاید فردا بیاید. | Misschien komt hij morgen. |
| بهتر است | بهتر است صبر کنیم. | We kunnen beter wachten. |
| امیدوارم | امیدوارم خوب باشی. | Ik hoop dat het goed met je gaat. |
| doel که | میروم که او را ببینم. | Ik ga erheen om hem te zien. |
| اگر | اگر وقت داشته باشم، میآیم. | Als ik tijd heb, kom ik. |
باید verandert nooit: باید بروی، باید برویم، باید بروند.
Samengestelde werkwoorden laten بـ meestal vallen: باید کار کنم. — Ik moet werken. میخواهم صحبت کنم. — Ik wil praten.
Twee werkwoorden, twee uitgangen
Beide werkwoorden in de zin worden vervoegd:
- میخواهم بروم. — Ik wil gaan (letterlijk "ik wil dat ik ga").
- میخواهد برود. — Hij wil gaan.
- میخواهم که تو بروی. — Ik wil dat jij gaat.
Let op als Nederlandstalige
- Na "willen", "moeten" en "kunnen" zet het Nederlands een infinitief. Het Perzisch niet: ✗ میخواهم خوابیدن. / ✓ میخواهم بخوابم.
- Een Nederlandse dat-zin staat in de gewone tegenwoordige tijd. Na خواستن moet de aanvoegende wijs: ✗ میخواهم که تو میروی. / ✓ میخواهم که تو بروی.
- باید krijgt geen persoonsuitgang en geen gewone tegenwoordige tijd achter zich: ✗ باید میروم. / ✗ بایدم بروم. / ✓ باید بروم.
- داشتن is hier onregelmatig: ✗ باید دارم. / ✓ باید داشته باشم.
Voorbeelddialoog
میخواهی با ما بیایی؟ — Wil je met ons mee?
باید اول کارم را تمام کنم. — Ik moet eerst mijn werk afmaken.
شاید بتوانی بعد از ناهار بیایی. — Misschien kun je na de lunch komen.
امیدوارم وقت داشته باشم. — Ik hoop dat ik tijd heb.