Twee werkwoorden, één handeling
Wil je zeggen dat iets op dit moment bezig is, zoals het Nederlandse "ik ben aan het eten", dan zet je داشتن vóór de gewone tegenwoordige tijd. Beide werkwoorden worden vervoegd, en beide tonen dezelfde persoon.
| Persoon | Duratief | Nederlands |
|---|---|---|
| من | دارم میروم | ik ben (nu) aan het gaan, ik ben onderweg |
| تو | داری میروی | jij bent onderweg |
| او | دارد میرود | hij/zij is onderweg |
| ما | داریم میرویم | wij zijn onderweg |
| شما | دارید میروید | jullie zijn / u bent onderweg |
| آنها | دارند میروند | zij zijn onderweg |
- دارم غذا میخورم. — Ik ben aan het eten.
- بچهها دارند بازی میکنند. — De kinderen zijn aan het spelen.
- داری چه کار میکنی؟ — Waar ben je mee bezig?
Voorwerpen en andere woorden staan tussen de twee werkwoorden, want میخورم blijft zoals altijd aan het eind.
Duratief in het verleden
داشتن gaat naar de verleden tijd en het hoofdwerkwoord naar de onvoltooid verleden tijd (les 26):
- داشتم میرفتم که تلفن زنگ زد. — Ik stond op het punt te vertrekken toen de telefoon ging.
- داشتند شام میخوردند. — Ze waren aan het eten.
Geen ontkenning
Deze constructie heeft geen ontkenning en geen aanvoegende wijs. Voor "ik ben niet aan het gaan" gebruik je de gewone tegenwoordige tijd: نمیروم. Zo ook in ontkennende vragen: چرا نمیخوری؟ — Waarom eet je niet?
Gewone tegenwoordige tijd of duratief
De gewone tegenwoordige tijd dekt gewoontes, algemene feiten en de toekomst, naast het moment zelf. De duratieve vorm beperkt zich tot het moment:
| Perzisch | Nederlands |
|---|---|
| هر روز میروم. | Ik ga elke dag. |
| فردا میروم. | Morgen ga ik. |
| دارم میروم. | Ik ben nu onderweg. |
Het is spreektaal. In geschreven teksten zie je hem weinig; در حالِ رفتن است is daar de formele tegenhanger.
Let op als Nederlandstalige
- Het Nederlands bouwt deze vorm met "zijn". Het Perzisch met داشتن (hebben): ✗ هستم میروم. / ✓ دارم میروم.
- "Ik ben niet aan het eten" kan in het Nederlands, maar de Perzische duratieve vorm heeft geen ontkenning: ✗ ندارم میخورم. / ✓ نمیخورم.
- Beide werkwoorden krijgen dezelfde persoon: ✗ دارم میرود. / ✓ دارم میروم.
- Hier lopen de talen gelijk: net als "aan het" gebruik je deze vorm voor wat nu bezig is, en voor een afspraak morgen gewoon de tegenwoordige tijd: فردا میروم.
Voorbeelddialoog
الو، کجایی؟ — Hallo, waar ben je?
دارم میآیم، توی راه هستم. — Ik kom eraan, ik ben onderweg.
بچهها چه کار میکنند؟ — Wat doen de kinderen?
دارند تلویزیون تماشا میکنند. — Ze zitten televisie te kijken.