Dezelfde achtervoegsels, een nieuwe taak
De uitgangen die je als bezittelijk voornaamwoord kent (کتابم, mijn boek) werken ook als voorwerp. Aan een werkwoord betekenen ze "mij, jou, hem, haar, het, ons, jullie, hen". Je kunt ze vergelijken met de korte Nederlandse vormen 'm, 'r en je in "ik zag 'm".
| Persoon | Achtervoegsel | Aan een werkwoord | Nederlands |
|---|---|---|---|
| mij | ـم | صدایم کرد | hij riep mij |
| jou | ـت | میبینمت | ik zie je |
| hem, haar, het | ـش | دیدمش | ik zag hem/haar |
| ons | ـمان | دیدمان | hij zag ons |
| jullie, u | ـتان | دیدتان | hij zag jullie |
| hen | ـشان | دیدمشان | ik zag hen |
Het achtervoegsel komt na de persoonsuitgang van het werkwoord: دید + ـم (ik) + ـش (hem) = دیدمش.
De volle vorm kan altijd
Elk achtervoegsel heeft een lange vorm met را. In geschreven taal, en altijd als je het voorwerp benadrukt, gebruik je die:
- او را دیدم. = دیدمش. — Ik heb hem/haar gezien.
- تو را دوست دارم. = دوستت دارم. — Ik hou van je.
- آنها را میشناسم. = میشناسمشان. — Ik ken hen.
Samengestelde werkwoorden
In de standaardtaal komt het achtervoegsel aan het naamwoorddeel:
- دوستش دارم. — Ik vind het leuk. / Ik hou van hem/haar.
- صدایش کردم. — Ik heb hem geroepen.
- کمکم کن. — Help me.
Met voorzetsels
In spreektaal hecht het achtervoegsel zich aan het voorzetsel: بهش (aan hem/haar), ازش (van hem/haar), باهاش (met hem/haar). In geschreven taal gebruik je به او، از او، با او; برایش (voor hem/haar) kan in beide.
Let op als Nederlandstalige
- "Ik zie jou" zet het voorwerp na het werkwoord. In het Perzisch staat een los voornaamwoord ervóór, of het achtervoegsel eraan vast: ✗ میبینم تو. / ✓ تو را میبینم. of میبینمت.
- Eerst de persoonsuitgang, dan het voorwerp: ✗ دیدشم / ✓ دیدمش (ik zag hem).
- In geschreven Perzisch noem je hetzelfde voorwerp niet twee keer, met را én met een achtervoegsel: ✗ او را دیدمش. / ✓ او را دیدم. of دیدمش. (In losse spreektaal hoor je die verdubbeling wel.)
- ـش kiest net als او niet tussen hem en haar. دیدمش is "ik zag hem" of "ik zag haar"; de context beslist.
Voorbeelddialoog
مریم را دیدی؟ — Heb je Maryam gezien?
بله، دیروز دیدمش. — Ja, ik heb haar gisteren gezien.
چیزی به او گفتی؟ — Heb je iets tegen haar gezegd?
گفتم که منتظرش هستیم. — Ik heb gezegd dat we op haar wachten.