Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Perzische grammatica

De onvoltooid verleden tijd voor gewoontes en achtergrond (ماضی استمراری)

Gratis les Perzische grammatica · B1

می‌ plus de verleden tijd

Neem de verleden tijd en zet er می‌ voor. Meer is het niet.

Persoon Verleden tijd Duratief verleden
من رفتم می‌رفتم
تو رفتی می‌رفتی
او رفت می‌رفت
ما رفتیم می‌رفتیم
شما رفتید می‌رفتید
آن‌ها رفتند می‌رفتند

Ontkenning: نمی‌رفتم. Samengestelde werkwoorden: کار می‌کردم (ik werkte, vroeger), صحبت نمی‌کردیم.

بودن en داشتن krijgen ook hier geen می‌: بودم, داشتم.

Drie taken

1. Een gewoonte in het verleden, in het Nederlands "vroeger ... altijd" of "placht":

  • هر تابستان به شمال می‌رفتیم. — Elke zomer gingen we naar het noorden.
  • بچه که بودم، زیاد کتاب می‌خواندم. — Als kind las ik veel.

2. Achtergrond bij een andere gebeurtenis, "was aan het ...":

  • وقتی رسیدم، باران می‌بارید. — Toen ik aankwam, regende het.
  • او تلویزیون تماشا می‌کرد و من غذا می‌پختم. — Hij zat tv te kijken en ik was aan het koken.

3. Onwerkelijke situaties, in de اگر-zin en in het gevolg (les 29):

  • اگر پول داشتم، این خانه را می‌خریدم. — Als ik geld had, zou ik dit huis kopen.
  • کاش می‌دانستم. — Had ik het maar geweten. / Wist ik het maar.

Voor "precies op dat moment bezig" is de vorm met داشتن scherper: داشتم می‌رفتم که تلفن زنگ زد. — Ik stond op het punt te gaan toen de telefoon ging.

Verleden tijd of duratief verleden

Perzisch Nederlands
دیروز به مدرسه رفتم. Gisteren ging ik naar school. (één keer, afgerond)
هر روز به مدرسه می‌رفتم. Ik ging (vroeger) elke dag naar school.
نامه را نوشتم. Ik schreef de brief.
نامه را می‌نوشتم که او آمد. Ik was de brief aan het schrijven toen hij kwam.

Let op als Nederlandstalige

  • Het Nederlandse "ging" dekt zowel één keer als een gewoonte. Het Perzisch maakt dat onderscheid wel. Voor een herhaalde handeling vroeger kies je می‌رفتم: هر روز پیاده به مدرسه می‌رفتم.
  • "Zou kopen" heeft in het Perzisch geen eigen hulpwerkwoord. De می‌ op de verleden tijd doet dat werk, dezelfde vorm als bij gewoontes: اگر پول داشتم، این خانه را می‌خریدم. Een aanvoegende wijs past daar niet: ✗ اگر پول داشتم، این خانه را بخرم.
  • De verleden tijd van داشتن krijgt geen می‌: ✗ می‌داشتم / ✓ داشتم.
  • Verwar hem niet met de tegenwoordige tijd: می‌روم is "ik ga", می‌رفتم is "ik ging (altijd)" of "ik was aan het gaan".

Voorbeelddialoog

بچه که بودی کجا زندگی می‌کردی؟ — Waar woonde je als kind?
در یک روستای کوچک. هر روز پیاده به مدرسه می‌رفتم. — In een klein dorp. Ik liep elke dag naar school.
سخت نبود؟ — Was dat niet zwaar?
نه، عادت داشتیم. زمستان‌ها برف می‌آمد و ما بازی می‌کردیم. — Nee, we waren het gewend. 's Winters sneeuwde het en speelden we.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Perzische grammatica