Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Perzische grammatica

Betrekkelijke bijzinnen met که

Gratis les Perzische grammatica · B1

Naamwoord + ـی + که

Het Nederlands kiest tussen "die", "dat", "wie" en "waar". Het Perzisch heeft één betrekkelijk woord, که. Het naamwoord waar de bijzin bij hoort, krijgt ـی om aan te kondigen dat er een bijzin komt.

  • مردی که آنجا نشسته است، معلم من است. — De man die daar zit, is mijn leraar.
  • کتابی که خریدم گران بود. — Het boek dat ik kocht, was duur.
  • خانه‌ای که در آن زندگی می‌کنیم کوچک است. — Het huis waarin we wonen, is klein.

Na een klinker schrijf je het kenmerk als ـای of ـیی: خانهخانه‌ای, دانشجودانشجویی.

Een eigennaam of een naamwoord dat al helemaal bepaald is, krijgt geen ـی: مریم که دیروز آمد، خواهر من است. — Maryam, die gisteren kwam, is mijn zus.

Het werkwoord achteraan: dit ken je al

In een Nederlandse bijzin staat de persoonsvorm achteraan ("die ik gisteren kocht"). In het Perzisch staat het werkwoord overal achteraan, dus ook hier. En net als het Nederlandse "die/dat" mag که nooit wegvallen.

Nederlands Perzisch
het boek dat ik kocht کتابی که خریدم
de man die kwam مردی که آمد
de dag waarop we elkaar ontmoetten روزی که همدیگر را دیدیم

Het terugverwijzende voornaamwoord

Speelt het naamwoord in de bijzin een andere rol dan onderwerp of lijdend voorwerp, dan blijft er een voornaamwoord achter op die plek. Het Nederlands zet een voorzetsel voor "wie" of maakt "waarin, waarmee"; het Perzisch zegt letterlijk "die ik met hem sprak".

  • مردی که با او صحبت کردم — de man met wie ik sprak.
  • شهری که در آن زندگی می‌کنم — de stad waar ik woon.
  • کتابی که جلد*ش قرمز است* — het boek waarvan de kaft rood is.
  • دوستی که به او زنگ زدم — de vriend die ik belde.

Bij een gewoon lijdend voorwerp is geen voornaamwoord nodig: کتابی که خریدم.

را en که

Is de hele groep het bepaalde lijdend voorwerp van de hoofdzin, dan staat را in de standaardtaal direct na het naamwoord, vóór که:

  • کتابی را که خریدم خواندم. — Ik heb het boek gelezen dat ik kocht.
  • مردی را که دیدی می‌شناسم. — Ik ken de man die je zag.

In spreektaal en in veel teksten hoor en lees je را ook na de hele bijzin (کتابی که خریدم را خواندم). Schrijf zelf de standaardvolgorde.

Let op als Nederlandstalige

  • "Met wie" of "waar" vertaal je niet met een vraagwoord: ✗ مردی با کی صحبت کردم / ✓ مردی که با او صحبت کردم, en ✗ شهری کجا زندگی می‌کنم / ✓ شهری که در آن زندگی می‌کنم.
  • Het Nederlandse lidwoord verdwijnt, maar het naamwoord heeft wel ـی nodig: ✗ کتاب که خریدم / ✓ کتابی که خریدم.
  • را hoort niet direct achter که: ✗ کتابی که را خریدم / ✓ کتابی را که خریدم.
  • "Die" of "dat" op basis van de- of het-woord bestaat niet: مردی که en کتابی که gebruiken hetzelfde که.

Voorbeelddialoog

آن آقایی که کنارِ در ایستاده کیست؟ — Wie is die meneer die bij de deur staat?
همان کسی است که دیروز درباره‌اش حرف زدم. — Dat is degene over wie ik gisteren vertelde.
همان که در بیمارستان کار می‌کند؟ — Die in het ziekenhuis werkt?
بله، دوستی که با او به مدرسه می‌رفتم. — Ja, de vriend met wie ik naar school ging.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Perzische grammatica