Deelwoord plus بودم
Hetzelfde deelwoord als in de voltooid tegenwoordige tijd, gevolgd door de verleden tijd van بودن (zijn). Het deelwoord verandert nooit; de persoonsuitgang zit op بودن.
| Persoon | Vorm | Nederlands |
|---|---|---|
| من | رفته بودم | ik was gegaan |
| تو | رفته بودی | jij was gegaan |
| او | رفته بود | hij/zij was gegaan |
| ما | رفته بودیم | wij waren gegaan |
| شما | رفته بودید | jullie waren / u was gegaan |
| آنها | رفته بودند | zij waren gegaan |
De ontkenning gaat op het deelwoord: نرفته بودم، ندیده بودیم، نخورده بود.
Samengestelde werkwoorden: کار کرده بودم (ik had gewerkt), تلفن نزده بود (hij had niet gebeld).
Wat hij doet
Hij plaatst een gebeurtenis in het verleden vóór een andere gebeurtenis in het verleden. Die tweede staat in de gewone verleden tijd. Dat is precies wat de Nederlandse voltooid verleden tijd ook doet.
- وقتی رسیدم، او رفته بود. — Toen ik aankwam, was hij al vertrokken.
- قبلاً این فیلم را دیده بودم، برای همین نیامدم. — Ik had die film al gezien, daarom kwam ik niet.
- غذا خورده بودیم و گرسنه نبودیم. — We hadden gegeten en hadden geen honger.
- تا ساعت ۸ همه آمده بودند. — Om acht uur was iedereen er.
قبلاً (al eerder), تا آن موقع (tot dan), هنوز (nog) en وقتی که (toen) komen er vaak bij.
In onwerkelijke zinnen
De voltooid verleden tijd bouwt ook voorwaarden over een verleden dat niet zo gelopen is (les 29):
- اگر زودتر آمده بودی، او را میدیدی. — Als je eerder gekomen was, had je hem gezien.
- کاش به او گفته بودم. — Had ik het hem maar verteld.
Drie verleden tijden naast elkaar
| Perzisch | Nederlands |
|---|---|
| رفتم | ik ging / ik ben gegaan |
| رفتهام | ik ben (er) geweest |
| رفته بودم | ik was gegaan |
Let op als Nederlandstalige
- Het Nederlands kiest tussen "had" en "was". Het Perzisch gebruikt altijd بودن, ook waar jij "had" zegt: ✗ غذا خورده داشتم. / ✓ غذا خورده بودم. (ik had gegeten)
- In de Nederlandse hoofdzin staat het hulpwerkwoord vóór het deelwoord ("ik was vertrokken"). In het Perzisch erna: ✗ بودم رفته / ✓ رفته بودم.
- Alleen بودن krijgt de persoonsuitgang: ✗ رفتهام بودم / ✓ رفته بودم.
- De ontkenning staat op het deelwoord, niet op het hulpwerkwoord: ✗ رفته نبودم / ✓ نرفته بودم.
Voorbeelddialoog
چرا به مهمانی نیامدی؟ — Waarom kwam je niet naar het feest?
وقتی خبر دادی، من بلیت گرفته بودم. — Toen je het liet weten, had ik al een kaartje gekocht.
پس به سفر رفته بودی. — Dan was je dus op reis gegaan.
بله، تا جمعه برنگشته بودم. — Ja, ik was pas vrijdag terug.