Enkelvoudige voorzetsels
Net als in het Nederlands staat een Perzisch voorzetsel vóór zijn naamwoord. De hele woordgroep staat vóór het werkwoord.
| Voorzetsel | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| به | naar, aan | به تهران میروم. — Ik ga naar Teheran. |
| از | uit, van, vanaf | از ایران هستم. — Ik kom uit Iran. |
| در | in, op, bij | در خانه هستم. — Ik ben thuis. |
| با | met | با دوستم میآیم. — Ik kom met mijn vriend. |
| برای | voor | این برای توست. — Dit is voor jou. |
| تا | tot | تا فردا — tot morgen. |
| بدون | zonder | بدون شکر — zonder suiker. |
بی betekent ook "zonder", maar plakt als voorvoegsel aan het naamwoord: بیپول (zonder geld, blut), بیکار (werkloos).
Samengestelde voorzetsels krijgen de ezafe
Veel voorzetsels zijn eigenlijk zelfstandige naamwoorden, zoals "de bovenkant". Daarom verbinden ze zich met de ezafe (les 4) aan het volgende woord:
- رویِ میز (ru-ye miz) — op de tafel.
- زیرِ صندلی — onder de stoel.
- کنارِ پنجره — naast het raam.
- پیشِ دکتر — bij de dokter.
- بینِ دو خانه — tussen twee huizen.
- دربارهٔ این کتاب — over dit boek.
De kasra schrijf je meestal niet, maar je spreekt hem altijd uit. Na ا of و schrijf je de ی: رویِ، جلویِ.
Voorzetsels met voornaamwoorden
- به من، از تو، با او، برای ما — aan mij, van jou, met hem/haar, voor ons.
- In spreektaal hoor je vaak بهش (aan hem/haar) en ازش (van hem/haar). Schrijf de volle vormen به او en از او.
در of توی
در is neutraal en de norm in geschreven taal. توی (spreektaal تو) betekent "binnen in" en overheerst in gesprekken: در اتاق / توی اتاق — in de kamer.
Let op als Nederlandstalige
- Het Nederlands zet een deel van het voorzetsel graag achteraan: "Waar ga je naartoe?" Het Perzisch nooit: ✗ کجا میروی به؟ / ✓ به کجا میروی؟ (of gewoon کجا میروی؟).
- Vaste voorzetsels vertaal je niet letterlijk. "Bang voor" is از: ✗ برای سگ میترسم. / ✓ از سگ میترسم. "Wachten op" is een ezafe: ✗ روی او منتظر هستم. / ✓ منتظرِ او هستم.
- "Op school" of "op kantoor" is een plaats, dus در, en "op" wordt niet روی: ✗ روی مدرسه هستم. / ✓ در مدرسه هستم. Een richting krijgt به: ✗ در مدرسه میروم. / ✓ به مدرسه میروم.
- Samengestelde voorzetsels hebben de verbindingsklinker nodig: ✗ (ru miz) / ✓ رویِ میز (ru-ye miz).
Voorbeelddialoog
کجا زندگی میکنی؟ — Waar woon je?
در اصفهان، نزدیکِ ایستگاهِ مترو. — In Isfahan, dicht bij het metrostation.
با کی به دانشگاه میروی؟ — Met wie ga je naar de universiteit?
با برادرم. از ساعت ۸ تا ۴ آنجا هستیم. — Met mijn broer. We zijn er van acht tot vier.