to have: bezit, familie en eigenschappen
To have betekent “hebben”. Je gebruikt het voor bezit, familie, lichaamskenmerken en nog veel meer. In de tegenwoordige tijd zijn er maar twee vormen: have en has.
| Voornaamwoord | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I / you / we / they | have | I have a bike. — Ik heb een fiets. |
| he / she / it | has | She has a bike. — Zij heeft een fiets. |
Vergelijk: Nederlands heb, hebt, heeft, hebben: vier vormen. Engels: twee. De enige valkuil is de derde persoon enkelvoud, en die volgt de gewone regel: he / she / it krijgt een aparte vorm, hier has (niet haves).
De -s van de derde persoon: hier begint het
In het Nederlands krijgt hij een -t (hij werkt). In het Engels krijgt he / she / it een -s (he works). Bij to have is die vorm onregelmatig: has.
- My brother has two kids. — Mijn broer heeft twee kinderen.
- The house has a garden. — Het huis heeft een tuin.
- fout:
She have a car.
Meer voorbeelden
- We have a big family. — Wij hebben een grote familie.
- They have a dog and a cat. — Zij hebben een hond en een kat.
- He has blue eyes. — Hij heeft blauwe ogen.
- It has four wheels. — Het heeft vier wielen.
- I have a question. — Ik heb een vraag.
Ontkenning en vragen: hier wél do / does
Anders dan bij to be gedraagt to have zich als een gewoon werkwoord. Voor ontkenning en vragen heb je dus do of does nodig, iets wat het Nederlands helemaal niet kent:
| Nederlands | Engels | |
|---|---|---|
| ontkenning | Ik heb geen auto. | I don't have a car. |
| ontkenning (3e pers.) | Hij heeft geen tijd. | He doesn't have time. |
| vraag | Heb je een pen? | Do you have a pen? |
| vraag (3e pers.) | Heeft zij kinderen? | Does she have children? |
Let op twee dingen:
- Na doesn't en does verdwijnt de -s: does she have, niet
does she has. De s:-s zit al in does. - Draai het werkwoord niet om zoals in het Nederlands:
Have you a pen?klinkt ouderwets of Brits-formeel; het gewone Engels is Do you have a pen?
Korte antwoorden: Yes, I do. / No, I don't. — Ja. / Nee.
have got: de Britse variant
In Brits Engels hoor je vaak have got met dezelfde betekenis. Daar is have een hulpwerkwoord: geen do, je zet have zelf vooraan in de vraag:
- I've got a bike. = I have a bike.
- Have you got a pen? = Do you have a pen?
Kies één stijl en houd die aan. Voor beginners is have + do/does de veiligste keuze, die werkt overal.
Valkuil: “ik heb honger / het koud / gelijk”
Nog eens, omdat het zo vaak fout gaat: honger, dorst, kou en gelijk zijn in het Engels to be, niet to have:
- I am thirsty. — Ik heb dorst. (niet
I have thirst) - She is cold. — Zij heeft het koud. (niet
She has it cold)