Drie lidwoorden, geen de/het-stress
Het Nederlands heeft de, het en een. Het Engels heeft the (bepaald) en a / an (onbepaald). Goed nieuws: er is geen woordgeslacht. Je hoeft nooit meer te twijfelen tussen de of het — het is altijd the.
| Nederlands | Engels | Voorbeeld |
|---|---|---|
| de / het | the | the house — het huis / the street — de straat |
| een | a / an | a house — een huis / an apple — een appel |
a of an? Luister naar de klank
a komt vóór een medeklinkerklank, an vóór een klinkerklank. Het gaat om de uitspraak, niet om de letter:
| Klank | Lidwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| medeklinker | a | a car, a dog, a table |
| klinker (a, e, i, o, u) | an | an apple, an egg, an idea |
| stomme h (klinkt als klinker) | an | an hour, an honest man |
| u dat als “joe” klinkt | a | a university, a European city |
Onthoud: a university (klinkt als “joe-niversity”) maar an umbrella (klinkt als “um-brella”).
Wanneer the, wanneer a?
De hoofdregel is dezelfde als in het Nederlands:
- a / an: iets nieuws, één van velen, nog niet genoemd — I see a dog. — Ik zie een hond.
- the: iets specifieks dat de luisteraar al kent — The dog is brown. — De hond is bruin.
Ook uniek in de wereld: the sun, the moon, the internet.
Waar het Engels géén lidwoord gebruikt
Hier zit het echte contrast met het Nederlands. In deze gevallen zeg je in het Engels niets waar je in het Nederlands vaak de of het zou zeggen:
| Nederlands | Engels | Let op |
|---|---|---|
| De tijd vliegt. | Time flies. | algemene begrippen: geen lidwoord |
| Het leven is mooi. | Life is beautiful. | geen |
| Ik ga naar de kerk / het werk. | I go to church / to work. | vaste plaatsen: geen lidwoord |
| Hij ligt in het ziekenhuis. | He is in hospital. / in the hospital (VS) | |
| Ik ga met de bus. | I go by bus. | vervoer met by: geen lidwoord |
| Ze speelt piano. | She plays the piano. | omgekeerd: instrumenten krijgen wél the |
De belangrijkste: algemene begrippen en meervouden in het algemeen krijgen geen the:
- Dogs are friendly. — Honden zijn vriendelijk. (niet
The dogs are friendlyals je álle honden bedoelt) - I like coffee. — Ik hou van koffie.
Beroepen in het enkelvoud: a / an
In het Nederlands zeg je “Zij is dokter” zonder een. In het Engels moet er a of an bij:
- She is a doctor. — Zij is dokter.
- He is an engineer. — Hij is ingenieur.
- fout:
She is doctor.
Hetzelfde geldt na as: I work as a teacher. — Ik werk als leraar. In het meervoud vervalt het lidwoord: They are teachers. — Zij zijn leraar.
Landen, talen en maaltijden
- Landen en talen: geen lidwoord, I live in Belgium. / I speak Dutch.
- Uitzonderingen met the: the Netherlands, the United States, the UK.
- Maaltijden: geen lidwoord, We have breakfast at eight. — Wij ontbijten om acht uur.