Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Engelse grammatica

Meervoud van zelfstandige naamwoorden

Gratis les Engelse grammatica · A1

Meervoud: bijna altijd -s

Het Nederlands heeft twee meervoudsuitgangen (-en en -s) en je moet per woord weten welke. Het Engels is makkelijker: in verreweg de meeste gevallen plak je gewoon -s aan het woord:

Enkelvoud Meervoud Nederlands
book books boek → boeken
car cars auto → auto's
house houses huis → huizen
friend friends vriend → vrienden

Er komt geen -en achter zoals in het Nederlands: booken, housen bestaan niet. Alleen een paar oude woorden houden zo'n uitgang: childchildren, oxoxen. En let op: het Engels gebruikt geen apostrof in het meervoud, cars, niet car's (in het Nederlands schrijf je wel auto's).

Spellingsregels

Regel Enkelvoud Meervoud
na s, sh, ch, x, z: + es bus / box / watch buses / boxes / watches
medeklinker + y → ies city / baby cities / babies
klinker + y: gewoon + s day / key days / keys
veel woorden op f / fe → ves knife / leaf knives / leaves
sommige op o: + es potato / tomato potatoes / tomatoes

Herken je het patroon? Het zijn dezelfde regels als bij de derde persoon -s van werkwoorden (watches, studies).

Onregelmatige meervouden

Een kleine groep woorden moet je gewoon uit je hoofd leren:

Enkelvoud Meervoud Nederlands
man men man → mannen
woman women vrouw → vrouwen
child children kind → kinderen
person people persoon → mensen
foot feet voet → voeten
tooth teeth tand → tanden
mouse mice muis → muizen

Sommige woorden veranderen niet: one sheep, two sheep — één schaap, twee schapen. Ook fish en deer.

Valkuil: people is al meervoud

People betekent “mensen” en is meervoud. Zeg dus people are, niet people is, en gebruik geen peoples voor “mensen”:

  • Many people live in Amsterdam. — Veel mensen wonen in Amsterdam.

Valkuil: het lidwoord verdwijnt bij algemeen meervoud

Nederlands: “De kinderen zijn thuis” (specifiek) én “Kinderen zijn druk” (algemeen). Het Engels doet hetzelfde, maar Nederlandstaligen zetten er te vaak the bij:

  • algemeen: Children need sleep. — Kinderen hebben slaap nodig. (niet The children need sleep)
  • specifiek: The children are at home. — De kinderen zijn thuis.

Valkuil: getallen en maten

Na een getal wordt het zelfstandig naamwoord meervoud, ook waar het Nederlands enkelvoud houdt:

Nederlands Engels
twee jaar two years
drie euro three euros
vijf kilometer five kilometres
honderd gram a hundred grams

Dus I lived there for two years — niet two year.

Er is / er zijn

Bij meervoud verandert ook het werkwoord: There is a cat. (één) maar There are two cats. (meer). Meervoud = are, altijd.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Engelse grammatica