Het grote verschil: het Engels draait niet om
In het Nederlands maak je een vraag door onderwerp en werkwoord om te draaien: Jij werkt. → Werk jij? Het Engels doet dat niet bij gewone werkwoorden. In plaats daarvan zet je een hulpwerkwoord vooraan: do of does. Dit heet do-support en het bestaat niet in het Nederlands, daarom voelt het onnatuurlijk, maar het is verplicht.
| Nederlands | Engels |
|---|---|
| Werk jij hier? | Do you work here? |
| Woont hij in Utrecht? | Does he live in Utrecht? |
| Spreken zij Engels? | Do they speak English? |
Fout (letterlijk vertaald): Work you here? Lives he in Utrecht? Zo klinkt het als Shakespeare, niet als hedendaags Engels.
De formule
Do / Does + onderwerp + stam van het werkwoord + rest?
| Onderwerp | Hulpwerkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I / you / we / they | do | Do you like coffee? — Hou je van koffie? |
| he / she / it | does | Does she like coffee? — Houdt zij van koffie? |
Na does: de -s verdwijnt
Dit is de fout die iedereen maakt. De -s van de derde persoon zit al in does. Het hoofdwerkwoord blijft in de stam:
- goed: Does he work here? — Werkt hij hier?
- fout:
Does he works here? - goed: Does it rain a lot? — Regent het veel?
Denk: één -s per vraag, en die zit in does.
Vraagwoorden: gewoon vooraan
What, where, when, why, who, how staan vóór do/does. De rest verandert niet:
- Where do you live? — Waar woon je?
- What does she do? — Wat doet zij? (ja: do én does in één zin, dat is normaal)
- When do they start? — Wanneer beginnen zij?
- Why does he cycle to work? — Waarom fietst hij naar zijn werk?
- How do you say this in English? — Hoe zeg je dit in het Engels?
Uitzondering: to be en modale werkwoorden
Bij to be (am, is, are) en modale werkwoorden (can, will, must) draai je wél om, net als in het Nederlands. Daar geen do:
- Are you tired? — Ben je moe? (niet
Do you are tired?) - Is she home? — Is zij thuis?
- Can you help me? — Kun je me helpen?
Vuistregel: heeft de zin al een hulpwerkwoord (be, can, will …)? Zet dat vooraan. Zo niet: gebruik do/does.
Korte antwoorden
Antwoord met het hulpwerkwoord, niet met alleen “ja” of “nee”, dat klinkt al snel kortaf:
| Vraag | Ja | Nee |
|---|---|---|
| Do you like tea? | Yes, I do. | No, I don't. |
| Does he work here? | Yes, he does. | No, he doesn't. |
| Do they live here? | Yes, they do. | No, they don't. |
Valkuil: “Heb je …?”
Hebben is in het Nederlands een gewoon werkwoord dat je omdraait. In het Engels ook, mét do:
- Heb je een auto? → Do you have a car? (niet
Have you a car?) - Heeft zij tijd? → Does she have time?