Getallen 1–20
| Cijfer | Engels | Cijfer | Engels |
|---|---|---|---|
| 1 | one | 11 | eleven |
| 2 | two | 12 | twelve |
| 3 | three | 13 | thirteen |
| 4 | four | 14 | fourteen |
| 5 | five | 15 | fifteen |
| 6 | six | 16 | sixteen |
| 7 | seven | 17 | seventeen |
| 8 | eight | 18 | eighteen |
| 9 | nine | 19 | nineteen |
| 10 | ten | 20 | twenty |
Tientallen en samengestelde getallen
thirty (30), forty (40, let op: géén u, anders dan four), fifty (50), sixty (60), seventy (70), eighty (80), ninety (90), one hundred (100).
Belangrijk verschil met het Nederlands: de volgorde is omgekeerd. Nederlands zegt eenentwintig (eerst de eenheid), Engels zegt eerst het tiental:
| Cijfer | Nederlands | Engels |
|---|---|---|
| 21 | eenentwintig | twenty-one |
| 35 | vijfendertig | thirty-five |
| 48 | achtenveertig | forty-eight |
| 99 | negenennegentig | ninety-nine |
Er komt een streepje tussen: twenty-one, niet twenty one. En na hundred zeg je and (Brits): one hundred and twenty (120).
Valkuil: -teen of -ty?
thirteen (13) en thirty (30) lijken op elkaar. De klemtoon helpt: bij -teen ligt de nadruk achteraan, bij -ty vooraan. Bij twijfel: zeg het cijfer nog eens langzaam, of gebruik cijfers.
Getallen blijven enkelvoud … behalve zonder cijfer
- two hundred people — tweehonderd mensen (geen s achter hundred na een getal)
- maar: hundreds of people — honderden mensen
Hoe laat is het?
De vraag is What time is it? — Hoe laat is het? Het antwoord begint met It's.
| Klok | Engels | Nederlands |
|---|---|---|
| 3:00 | It's three o'clock. | Het is drie uur. |
| 3:15 | It's a quarter past three. | Het is kwart over drie. |
| 3:30 | It's half past three. | Het is half vier. |
| 3:45 | It's a quarter to four. | Het is kwart voor vier. |
| 3:10 | It's ten past three. | Het is tien over drie. |
| 3:50 | It's ten to four. | Het is tien voor vier. |
De belangrijkste valkuil: half past
Dit gaat bij Nederlandstaligen bijna altijd fout. Nederlands half vier = 3:30, want je telt naar het volgende uur toe. Engels half past three = 3:30, want je telt vanaf het uur dat geweest is.
half vier = half past three, dus niet
half four.
Zeg je half four tegen een Engelsman, dan denkt hij aan 4:30 (in informeel Brits Engels is half four kort voor half past four). Een uur verschil met wat je bedoelt. Gebruik daarom altijd de volledige vorm half past + het uur dat net geweest is.
Ook ten to four (tien voor vier) volgt het Nederlands, maar past en to moet je goed uit elkaar houden: past = over, to = voor.
Digitale tijd
In het dagelijks Engels lees je de cijfers gewoon voor: It's three fifteen. (3:15), It's seven forty-five. (7:45). Voor hele uren: It's nine o'clock.
Het Engels gebruikt meestal de 12-uursklok met a.m. (nacht en ochtend) en p.m. (middag en avond): The train leaves at 6 p.m. — De trein vertrekt om 18.00 uur.
Voorzetsels van tijd
| Voorzetsel | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| at | kloktijden | at eight o'clock — om acht uur |
| on | dagen en datums | on Monday — op maandag |
| in | maanden, jaren, delen van de dag | in May, in the morning |
- I start work at nine. — Ik begin om negen uur met werken.
- We meet on Friday at half past two. — Wij zien elkaar vrijdag om half drie.