Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Engelse grammatica

Past simple (-ed en onregelmatige werkwoorden)

Gratis les Engelse grammatica · A2

De past simple in het Engels

De past simple gebruik je voor afgeronde handelingen in het verleden. Goed nieuws: het werkwoord heeft voor alle personen dezelfde vorm (geen -de/-te/-den). Minder goed nieuws: de onregelmatige werkwoorden moet je uit je hoofd leren.

De valkuil voor Nederlandstaligen: perfectum versus past simple

In het Nederlands zeg je heel natuurlijk «Ik heb gisteren gewerkt», het perfectum. Vertaal dat niet naar de present perfect. Zodra het moment voorbij en bekend is (gisteren, vorige week, in 2019, toen ik klein was), gebruikt het Engels de past simple:

«Ik heb gisteren gewerkt.» → I worked yesterday. — niet I have worked yesterday.
«We zijn vorig jaar naar Spanje geweest.» → We went to Spain last year.
«Heb je de film gezien?» (gisteravond) → Did you see the film last night?

Vuistregel: staat er een afgesloten tijdsbepaling in het verleden bij, of bedoel je een duidelijk moment in het verleden, dan is het past simple.

Regelmatige werkwoorden: -ed

workworked: I worked yesterday. — Ik heb gisteren gewerkt.

Spellingregels

Regel Voorbeeld
Werkwoord eindigt op e → alleen -d livelived
Medeklinker + y → y wordt ied studystudied
Eén korte beklemtoonde klinker → laatste letter verdubbelt stopstopped, planplanned

Veelgebruikte onregelmatige werkwoorden

Deze vormen volgen geen regel en moet je leren:

Infinitief Past simple Betekenis
go went gaan
see saw zien
have had hebben
do did doen
make made maken
come came komen
take took nemen
get got krijgen, worden
say said zeggen
eat ate eten
buy bought kopen
think thought denken

She went to school yesterday. — Zij is gisteren naar school gegaan.

Ontkenning en vraag: met did

In de ontkenning en de vraag komt did en gaat het hoofdwerkwoord terug naar de stam, de meest gemaakte fout op dit niveau:

I did not see him. (kort: I didn't see him.) — Ik heb hem niet gezien.
I didn't saw him. ← fout! Na didn't komt geen verledentijdsvorm.
Did you watch the film? — Heb je de film gekeken?

De verleden tijd van be: was / were

Onderwerp Vorm Voorbeeld
I / he / she / it was I was tired. — Ik was moe.
you / we / they were They were at home. — Zij waren thuis.

Bij be gebruik je geen did in de ontkenning of vraag: Was she happy? — Was ze blij? / We weren't there. — Wij waren er niet.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Engelse grammatica