Langrit

← Alle lessen Engelse grammatica

Voorzetsels van tijd en plaats (in / on / at)

Gratis les Engelse grammatica · A2

In, on en at: klein maar lastig

De Engelse voorzetsels in, on en at lijken op ons «in», «op» en «aan», maar ze lopen lang niet altijd gelijk. Bij «op maandag» → on Monday klopt de gok, maar «om 8 uur» → at 8 o'clock en «in het weekend» → at the weekend niet. Leer de vaste combinaties, niet de vertaling.

Tijd: van groot naar klein

Een handig ezelsbruggetje: in voor lange periodes, on voor dagen en data, at voor kloktijden en vaste momenten.

Voorzetsel Gebruik Voorbeelden
in maanden, jaren, seizoenen, dagdelen in July, in 2019, in winter, in the morning
on dagen, data, dag + dagdeel on Monday, on 5 May, on Friday evening
at kloktijden, vaste momenten, feestperiodes at 8 o'clock, at noon, at night, at Christmas

Let vooral op deze verschillen met het Nederlands:

Geen voorzetsel voor next, last, this, every, tomorrow en yesterday: See you next week. — Tot volgende week. (niet in next week)

Plaats: van ruimte naar punt

Voorzetsel Gebruik Voorbeelden
in binnen een ruimte, stad of land in the kitchen, in Rotterdam, in the Netherlands
on op een oppervlak, op een verdieping, straatnaam on the table, on the second floor, on Main Street
at een punt of locatie als geheel at the door, at the bus stop, at school, at work

Enkele plekken waar Nederlanders vaak misgrijpen:

Voorbeeldzinnen

The meeting is on Tuesday at ten in the morning. — De vergadering is dinsdag om tien uur 's ochtends.
She works at a hospital in Leiden. — Ze werkt in een ziekenhuis in Leiden.
Your keys are on the table in the hall. — Je sleutels liggen op de tafel in de gang.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Engelse grammatica