Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Engelse grammatica

Present simple (tegenwoordige tijd)

Gratis les Engelse grammatica · A1

Present simple: gewoontes en feiten

De present simple gebruik je voor dingen die regelmatig gebeuren en voor algemene waarheden, grofweg de Nederlandse tegenwoordige tijd:

  • I work every day. — Ik werk elke dag.
  • Water boils at 100 degrees. — Water kookt bij 100 graden.
  • She lives in Groningen. — Zij woont in Groningen.

Vervoeging: één uitzondering

Het werkwoord blijft bij bijna alle personen gelijk aan de stam. Alleen de derde persoon enkelvoud (he / she / it) krijgt een -s:

Voornaamwoord Vorm Voorbeeld
I / you / we / they stam They live in Leiden. — Zij wonen in Leiden.
he / she / it stam + s He lives in Leiden. — Hij woont in Leiden.

Vergelijk met het Nederlands, dat drie vormen heeft (werk, werkt, werken). Het Engels heeft er twee, maar de grens ligt anders. You krijgt geen uitgang, ook al zeg je jij werkt en u werkt.

De grootste fout van Nederlandstaligen: de -s vergeten

Omdat je in het Nederlands aan een -t gewend bent en niet aan een -s, valt die Engelse s heel makkelijk weg. Oefen tot het automatisch gaat:

  • goed: She speaks English. — Zij spreekt Engels.
  • fout: She speak English.
  • goed: My father works in Eindhoven. — Mijn vader werkt in Eindhoven.
  • fout: My father work in Eindhoven.

Ezelsbruggetje: waar het Nederlands hij …-t zegt, zegt het Engels he …-s.

Spelling van de derde persoon

Regel Stam Derde persoon
standaard: + s work works
na o, ch, sh, s, x: + es go / watch goes / watches
medeklinker + y → ies study studies
klinker + y: gewoon + s play plays
onregelmatig have has

Gewoonte of nu bezig: het Engels maakt verschil

Het Nederlands zegt “ik werk” voor zowel ik werk elke dag als ik ben nu aan het werken. Het Engels maakt dat verschil wél: de present simple is voor gewoontes, niet voor wat je nu op dit moment doet (dat is I am working, komt later). Gebruik de present simple dus niet voor “nu bezig”:

  • I work at a bank. — Ik werk bij een bank. (algemeen)
  • maar “Ik ben nu aan het werken, bel me later.” wordt I'm working now.

Woordvolgorde in de mededelende zin: onderwerp – werkwoord – rest

Het Nederlands zet het werkwoord op de tweede plaats en het onderwerp erachter als er iets vooraan staat (“Elke dag drink ik thee”). Het Engels doet dat niet: in een mededelende zin staat het onderwerp vóór het werkwoord.

  • Nederlands: Elke dag drink ik thee.
  • Engels: Every day I drink tea. / I drink tea every day.
  • fout: Every day drink I tea.

Bijwoorden van frequentie (always, often, never, usually) staan vóór het werkwoord, niet erachter zoals in het Nederlands (alleen bij am / is / are staan ze erachter: I am always late):

  • I always drink coffee. — Ik drink altijd koffie. (niet I drink always coffee)

Voorbeeldzinnen

  • I drink tea every morning. — Ik drink elke ochtend thee.
  • She watches TV at night. — Zij kijkt 's avonds tv.
  • We study English together. — Wij leren samen Engels.
  • My brother goes to school by bike. — Mijn broer gaat met de fiets naar school.
  • It rains a lot in the Netherlands. — Het regent veel in Nederland.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Engelse grammatica