Betrekkelijke bijzinnen in het Engels
Een betrekkelijke bijzin geeft extra informatie over het zelfstandig naamwoord ervoor, in het Nederlands begint die met «die», «dat» of «wat». Het Engels kiest het betrekkelijk voornaamwoord op basis van mens of ding, niet op basis van de/het:
| Voornaamwoord | Voor | Voorbeeld |
|---|---|---|
| who | mensen | The woman who lives next door is a doctor. — De vrouw die hiernaast woont, is arts. |
| which | dingen en dieren | The book which I bought is great. — Het boek dat ik kocht, is geweldig. |
| that | allebei (informeler) | The car that he drives is old. — De auto die hij rijdt, is oud. |
Let op: Nederlands «die» ≠ automatisch who. «De hond die blaft» → the dog that / which barks, want een hond is geen mens.
whose en where
- whose — bezit («wiens / waarvan / van wie»):
That is the man whose car was stolen.
Dat is de man wiens auto gestolen is. - where — plaats («waar»):
This is the city where I was born.
Dit is de stad waar ik geboren ben.
Woordvolgorde: géén werkwoord achteraan
Dit is de belangrijkste valkuil. In een Nederlandse bijzin gaat de persoonsvorm naar het einde: «de vrouw die hiernaast woont», «het boek dat ik gisteren kocht». Het Engels houdt in de bijzin gewoon de SVO-volgorde, onderwerp, werkwoord, en pas dan de rest:
❌ The woman who next door lives …
✅ The woman who lives next door …
❌ The book that I yesterday bought …
✅ The book that I bought yesterday …
Vuistregel: na who / which / that komt óf meteen het werkwoord (als het voornaamwoord onderwerp is), óf onderwerp + werkwoord (als het voornaamwoord lijdend voorwerp is). Nooit eerst bijwoorden of bepalingen.
Het voornaamwoord weglaten
Als het betrekkelijk voornaamwoord het lijdend voorwerp van de bijzin is, mag je het weglaten, iets wat in het Nederlands nooit kan:
The film s:(that) we watched was amazing.
De film die we zagen, was geweldig.
Is het voornaamwoord het onderwerp van de bijzin, dan mag het niet weg:
✅ The man who called you is my boss. — De man die je belde, is mijn baas.
❌ The man called you is my boss.
Test: staat er direct na who / which / that een nieuw onderwerp (we, I, she …)? Dan is het voornaamwoord lijdend voorwerp en mag het weg.
Beperkend versus uitbreidend
- Beperkend (zonder komma's): de bijzin is nodig om te weten over wie/wat het gaat — The students who studied passed. — Alleen de studenten die gestudeerd hadden, slaagden.
- Uitbreidend (met komma's): extra informatie — My brother, who lives in Berlin, is visiting us. — Mijn broer, die in Berlijn woont, komt op bezoek.
In een uitbreidende bijzin (met komma's) mag je geen that gebruiken, alleen who of which.
«wat» is niet altijd what
Het Nederlands zegt «alles wat ik zei» en «het huis wat ik kocht» (spreektaal). In het Engels is what in een betrekkelijke bijzin na een zelfstandig naamwoord fout:
❌ The house what I bought …
✅ The house that / which I bought …
✅ Everything that I said … — Alles wat ik zei …
what gebruik je alleen zonder voorafgaand zelfstandig naamwoord: I don't know what he wants.