De present perfect in het Engels
De present perfect wordt gevormd met have / has + voltooid deelwoord en slaat een brug tussen verleden en heden: iets is in het verleden gebeurd, maar het resultaat of de relevantie reikt tot nu.
| Onderwerp | Hulpwerkwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| I / you / we / they | have | I have finished my homework. — Ik heb mijn huiswerk af. |
| he / she / it | has | She has lost her keys. — Ze is haar sleutels kwijt. |
De verkorte vorm is heel gewoon in spreektaal: I've seen it. / He's gone.
De grote valkuil voor Nederlandstaligen
De Engelse present perfect lijkt op ons perfectum («ik heb gezien»), maar de twee overlappen maar gedeeltelijk. In het Nederlands is «Ik heb hem gisteren gezien» volkomen normaal; in het Engels is dat fout. Zodra er een afgesloten, concreet tijdstip in het spel is (yesterday, last week, in 2020, two hours ago), gebruikt het Engels de past simple:
❌ I have seen him yesterday.
✅ I saw him yesterday. — Ik heb hem gisteren gezien.
❌ We have moved to Utrecht in 2019.
✅ We moved to Utrecht in 2019. — We zijn in 2019 naar Utrecht verhuisd.
Vuistregel: vertaal ons perfectum met een afgesloten tijd altijd met de past simple. De present perfect gebruik je alleen als het wanneer er niet toe doet of de tijd nog niet voorbij is (today, this week, so far, ever).
✅ Have you ever been to Ireland? — Ben je ooit in Ierland geweest?
✅ I have already eaten. — Ik heb al gegeten.
Signaalwoorden
| Woord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| just | net, zojuist | I have just arrived. — Ik ben net aangekomen. |
| already | al | She has already left. — Ze is al weg. |
| yet | nog (ontkenning) / al (vraag) | He hasn't called yet. — Hij heeft nog niet gebeld. |
| ever | ooit (vraag) | Have you ever tried sushi? — Heb je ooit sushi geprobeerd? |
| never | nooit | I have never been to London. — Ik ben nog nooit in Londen geweest. |
Let op: yet staat aan het einde van de zin, terwijl «nog» in het Nederlands vaak middenin staat.
for en since: waar het Nederlands de tegenwoordige tijd gebruikt
Voor iets dat in het verleden begon en nog steeds duurt, zegt het Nederlands «Ik woon hier al vijf jaar» (tegenwoordige tijd + al). Het Engels gebruikt hier verplicht de present perfect:
- for + tijdsduur: I have lived here for five years. — Ik woon hier al vijf jaar.
- since + beginpunt: I have lived here since 2021. — Ik woon hier al sinds 2021.
❌ I live here for five years. (letterlijk uit het Nederlands)
✅ I have lived here for five years.
Hetzelfde geldt voor How long have you known her? — Hoe lang ken je haar al? — nooit ❌ How long do you know her?
Nog een verschil: have, nooit be
Het Nederlands vormt het perfectum met «hebben» of «zijn» («ik ben gegaan», «ik ben verhuisd»). Het Engels gebruikt altijd have:
❌ She is gone to the shop.
✅ She has gone to the shop. — Ze is naar de winkel gegaan.
Samenvatting
- Afgesloten tijd genoemd (yesterday, ago, in 2019) → past simple, ook al zegt het Nederlands «heb ... gezien».
- Ervaring, resultaat nu, of tijd nog niet voorbij → present perfect.
- «al ... jaar / sinds» + tegenwoordige tijd in het Nederlands → present perfect met for / since.
- Hulpwerkwoord is altijd have / has, nooit be.