Langrit Start je gratis proefperiode

← Alle lessen Engelse grammatica

Toekomst met will en going to

Gratis les Engelse grammatica · A2

Over de toekomst praten

Het Nederlands gebruikt «zullen», «gaan» of gewoon de tegenwoordige tijd («Ik bel je morgen»). Het Engels heeft drie duidelijk verdeelde vormen: will, be going to en de present continuous. Welke je kiest, hangt af van wanneer je het besluit nam en hoe zeker het is.

will: op het moment zelf besloten

will is een modaal werkwoord: geen -s, geen to, altijd de stam erachter. Je gebruikt het voor spontane besluiten, beloftes, aanbiedingen en voorspellingen zonder bewijs:

I'll help you with that bag. — Ik help je wel even met die tas. (spontaan aanbod)
I think it will rain tomorrow. — Ik denk dat het morgen gaat regenen. (voorspelling)
I won't tell anyone. — Ik zal het aan niemand vertellen. (belofte)

Vraag en ontkenning: Will you be at home? / She will not (won't) come.

be going to: plan of duidelijk bewijs

Bij een besluit dat je al eerder genomen hebt, of bij iets dat je nú kunt zien aankomen, gebruik je be going to + stam:

We are going to buy a house. — We gaan een huis kopen. (plan)
Look at those clouds! It's going to rain. — Kijk eens naar die wolken! Het gaat regenen. (bewijs)

Situatie Vorm Voorbeeld
Nu ter plekke besloten will The phone is ringing. I'll get it.
Eerder gepland going to I'm going to study tonight.
Voorspelling, mening will She will love this film.
Voorspelling met bewijs going to He's going to fall!

Present continuous: vaste afspraken

Voor concrete afspraken met tijd en plaats gebruikt het Engels de present continuous, een vorm die Nederlandstaligen hier vaak vergeten:

I am meeting Sarah at six tomorrow. — Ik heb morgen om zes uur met Sarah afgesproken.
We are flying to Berlin on Monday. — We vliegen maandag naar Berlijn.

Zeg dus niet I go to the dentist tomorrow, maar I'm going to the dentist tomorrow.

Twee veelgemaakte fouten

  1. Geen will na if, when, after, before, as soon as. Waar het Nederlands «als ik thuis zal zijn» toelaat, staat in het Engels de present simple:

    I'll call you when I get home. — Ik bel je als ik thuis ben. (niet when I will get)
    If it rains, we'll stay inside. — Als het regent, blijven we binnen.

  2. shall is bijna verdwenen. Het lijkt op «zullen», maar het Engels gebruikt het nog alleen in voorstellen met I en we:

    Shall we go? — Zullen we gaan? Verder gewoon will.

Wil je dat het blijft hangen? Doe de interactieve quiz en oefen deze structuur met gespreide herhaling.

Oefen dit onderwerp gratis

Meer Engelse grammatica